Art. 6, Beperking en verbod
1. Diervoeders bevatten geen of bestaan niet uit middelen waarvan het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is. De lijst van deze materialen is opgenomen in bijlage III.
2. De Commissie wijzigt de lijst van middelen waarvan het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is in het licht van met name wetenschappelijke gegevens, de technologische vooruitgang, meldingen in het kader van het RASFF of de bevindingen van officiële controles overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004.
Deze maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 28, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Voor de vaststelling van die maatregelen kan de Commissie om dwingende urgente redenen gebruikmaken van de in artikel 28, lid 5, bedoelde urgentieprocedure.