Art. 2 Verordening (EG) nr. 640/2009, Definities

Verordening (EG) nr. 640/2009

Naast de in Richtlijn 2005/32/EG gegeven definities, zijn de volgende definities van toepassing:

1. „motor”: een elektrische driefasige kooiankermotor van 50 Hz of 50/60 Hz met vast toerental die:

— 2 tot 6 polen heeft;

— een nominale spanning UN tot 1 000 V heeft;

— een nominaal vermogen PN tussen 0,75 kW en 375 kW heeft;

— wordt beoordeeld op basis van continubedrijf;

2. „snelheidsvariator”: een elektronische vermogensomzetter die de aan de motor geleverde driefasenspanning met een frequentie van 50 Hz continu laat variëren om het mechanische vermogen van de motor te regelen volgens het koppel of het toerental van de door de motor aangedreven toepassing;

3. „klooiankermotor”: een elektromotor zonder borstels, commutatoren, sleepringen of elektrische verbindingen met de rotor;

4. „fase”: het type configuratie van de elektrische voeding;

5. „pool”: het totale aantal magnetische noord- en zuidpolen die door het roterende magnetische veld van de motor worden geproduceerd. Het aantal polen bepaalt het basistoerental van de motor;

6. „continubedrijf”: het vermogen van een elektromotor met een geïntegreerd koelsysteem om bij nominale belasting ononderbroken te functioneren onder zijn nominale maximale temperatuurstijging;

7. „remmotor”: een motor die is uitgerust met een elektromagnetische remeenheid die rechtstreeks ingrijpt op de motoras, zonder koppelingen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen