Art. 46 Verordening (EG) nr. 607/2009, Ontvankelijkheid
1. Om te bepalen of een annuleringsverzoek ontvankelijk is, gaat de Commissie na of in het verzoek:
a) het rechtmatige belang van de opsteller van het annuleringsverzoek is vermeld;
b) de annuleringsgrond is vermeld, en
c) wordt verwezen naar een verklaring die is opgesteld door de lidstaat of het derde land waar zich de verblijfplaats of statutaire zetel van de opsteller van het verzoek bevindt en waarin het rechtmatige belang, de redenen en de verantwoording van de opsteller van het annuleringsverzoek zijn toegelicht.
2. Elk annuleringsverzoek bevat gedetailleerde gegevens over de feiten, bewijsstukken en opmerkingen ter staving van de annulering en gaat vergezeld van de desbetreffende onderbouwende bescheiden.
3. Als de gegevens over de in de leden 1 en 2 bedoelde annuleringsgronden, feiten, bewijsstukken, opmerkingen en onderbouwende bescheiden niet samen met het annuleringsverzoek worden voorgelegd, stelt de Commissie de opsteller van het annuleringsverzoek daarvan in kennis en verzoekt zij hem de geconstateerde tekortkomingen binnen twee maanden te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie het verzoek onontvankelijk. Het onontvankelijkheidsbesluit wordt gemeld aan de opsteller van het annuleringsverzoek en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde opsteller van het annuleringsverzoek.
4. Ontvankelijk geachte annuleringsverzoeken en door de Commissie ingeleide annuleringsprocedures worden gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het derde land gevestigde opstellers van het annuleringsverzoek van wie de traditionele aanduiding door de annulering wordt getroffen.