Art. 4 Verordening (EG) nr. 606/2009, Experimentele toepassing van nieuwe oenologische procedés
1. Voor de in artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde experimenten mag elke lidstaat voor een periode van ten hoogste drie jaar toestemming verlenen voor de toepassing van bepaalde niet in Verordening (EG) nr. 479/2008 noch in de onderhavige verordening genoemde oenologische procedés of behandelingen op voorwaarde dat:
a) de betrokken procedés of behandelingen voldoen aan artikel 27, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 en aan de in artikel 30, onder b) tot en met e), van die verordening vastgestelde criteria;
b) de bij de procedés of behandelingen betrokken hoeveelheden niet groter zijn dan 50 000 hl per jaar en per experiment;
c) de betrokken lidstaat de toelatingsvoorwaarden bij de aanvang van ieder experiment aan de Commissie en de overige lidstaten meedeelt;
d) de behandeling wordt vermeld in het in artikel 112, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde begeleidende document en in het in artikel 112, lid 2, van die verordening bedoelde register.
Een experiment omvat één of meer behandelingen in het kader van een welomschreven onderzoeksproject waarbij een gemeenschappelijke werkwijze gevolgd wordt.
2. Producten die zijn verkregen door de experimentele toepassing van dergelijke procedés of behandelingen, mogen in een andere dan de betrokken lidstaat op de markt worden gebracht voor zover de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming vooraf door de lidstaat die het experiment heeft toegestaan, op de hoogte zijn gebracht van de toelatingsvoorwaarden en de betrokken hoeveelheden.
3. Binnen drie maanden na afloop van de in lid 1 bedoelde periode zendt de betrokken lidstaat de Commissie een mededeling over het toegestane experiment en het resultaat daarvan. De Commissie stelt de overige lidstaten in kennis van de resultaten.
4. Op grond van deze resultaten kan de lidstaat de Commissie in voorkomend geval verzoeken het experiment, eventueel voor grotere hoeveelheden dan bij het eerste experiment, gedurende een nieuwe periode van ten hoogste drie jaar te mogen voortzetten. De betrokken lidstaat legt een desbetreffend dossier voor ter staving van zijn verzoek. De Commissie besluit volgens de in artikel 113, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde procedure over het verzoek om het experiment te mogen voortzetten.