Art. 104 Verordening (EG) nr. 73/2009, Individuele maxima
1. Op 1 januari 2009 is het in artikel 101, lid 3, bedoelde individuele maximum van elke landbouwer gelijk aan het aantal premierechten waarover hij op 31 december 2008 overeenkomstig de desbetreffende communautaire voorschriften beschikte.
2. De lidstaten doen het nodige om ervoor te zorgen dat de som van de premierechten voor hun grondgebied het in lid 4 vastgestelde nationale maximum niet overschrijdt en dat de in artikel 106 bedoelde nationale reserve kan worden gehandhaafd.
Is na de periode waarin de regeling inzake een enkele areaalbetaling overeenkomstig artikel 122 werd toegepast, artikel 52 van toepassing, dan geschieden de toewijzing van de individuele maxima aan de producenten en de vorming van de nationale reserve als bedoeld in artikel 106 uiterlijk vóór het einde van het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.
3. De premierechten die op grond van de krachtens lid 2, eerste alinea, genomen maatregel zijn ingetrokken, worden geannuleerd.
4. De volgende nationale maxima zijn van toepassing:
Lidstaat
Nationale maxima
Bulgarije
2 058 483
Tsjechië
66 733
Denemarken
104 000
Estland
48 000
Spanje
19 580 000
Frankrijk
7 842 000
Cyprus
472 401
Letland
18 437
Litouwen
17 304
Hongarije
1 146 000
Polen
335 880
Portugal
2 690 000
Roemenië
5 880 620
Slovenië
84 909
Slowakije
305 756
Finland
80 000
Totaal
40 730 523