Art. 7 Richtlijn 2009/142/EG

Richtlijn 2009/142/EG

1. Wanneer een lidstaat constateert dat toestellen die voorzien zijn van de CE-markering bij normaal gebruik gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van personen, huisdieren of eigendommen, neemt hij passende maatregelen om die toestellen uit de handel te nemen of het in de handel brengen daarvan te verbieden, dan wel te beperken.

De betrokken lidstaat stelt de Commissie onverwijld van deze maatregelen in kennis en vermeldt de redenen van deze beslissing, met name als de niet-overeenstemming voortvloeit uit:

a) het niet voldoen aan de fundamentele voorschriften van bijlage I, wanneer het toestel niet voldoet aan de in artikel 5, lid 1, bedoelde normen;

b) een verkeerde toepassing van de in artikel 5, lid 1, bedoelde normen;

c) leemten in de in artikel 5, lid 1, bedoelde normen zelf.

2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Indien de Commissie na dit overleg vaststelt dat de in lid 1 bedoelde maatregel gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaat die tot de maatregelen is overgegaan alsmede de overige lidstaten onmiddellijk hiervan in kennis.

Wanneer het in lid 1 bedoelde besluit wordt gemotiveerd door leemten in de normen legt de Commissie na overleg met de betrokken partijen de kwestie binnen een termijn van twee maanden aan het Comité voor indien de lidstaat die de maatregelen heeft genomen voornemens is deze te handhaven, en leidt zij de in artikel 6 bedoelde procedures in.

3. Indien een toestel dat niet voldoet aan de fundamentele voorschriften is voorzien van de CE-markering, treft de bevoegde lidstaat passende maatregelen tegen degene die de CE-markering heeft aangebracht en stelt hij de Commissie en de overige lidstaten hiervan in kennis.

4. De Commissie ziet erop toe dat de lidstaten van het verloop en de resultaten van de procedures op de hoogte worden gehouden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen