Art. 1 Richtlijn 2009/142/EG

Richtlijn 2009/142/EG

1. Deze richtlijn is van toepassing op toestellen en toebehoren.

Toestellen die specifiek voor gebruik in industriële processen bestemd zijn en in industriële bedrijven worden gebruikt, vallen buiten de werkingssfeer van deze richtlijn.

2. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) „toestellen”: gastoestellen die worden gebruikt voor koken, verwarmen, warmwaterproductie, koeling, verlichting of wassen, en die, indien van toepassing, een normale watertemperatuur van ten hoogste 105 °C hebben. Ventilatorbranders en met dergelijke branders uitgeruste warmtegeneratoren worden eveneens als toestellen beschouwd;

b) „toebehoren”: beveiligings-, controle- en regelapparatuur en onderdelen - met uitzondering van ventilatorbranders en met dergelijke branders uitgeruste warmtegeneratoren - die apart op de markt worden gebracht voor professioneel gebruik en die bestemd zijn om in een toestel te worden ingebouwd of om geassembleerd te worden tot een toestel;

c) „gas”: elke brandstof die bij een temperatuur van 15 °C onder een druk van 1 bar in gasvormige toestand verkeert.

3. Met „normaal gebruik” wordt in deze richtlijn bedoeld dat:

a) de toestellen op de juiste wijze zijn geïnstalleerd en regelmatig worden onderhouden overeenkomstig de instructies van de fabrikant;

b) de toestellen worden gebruikt met een normale schommeling van de gaskwaliteit en de gasdruk; en

c) de toestellen in overeenstemming met hun gebruiksdoel of op een in redelijkheid te verwachten manier worden gebruikt.

Volgende artikelen