Art. 41 Richtlijn 2009/138/EG, Algemene governancevereisten

Richtlijn 2009/138/EG

1. De lidstaten schrijven voor dat alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten beschikken over een doeltreffend governancesysteem dat voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering zorgt.

Dit systeem bevat in elk geval een adequate transparante organisatiestructuur met een duidelijke verdeling en correcte scheiding van verantwoordelijkheden en een doeltreffend systeem voor de overdracht van informatie. Ook zorgt het ervoor dat de artikelen 42 tot en met 49 worden nageleefd.

Het governancesysteem wordt intern periodiek geëvalueerd.

2. Het governancesysteem is proportioneel aan de aard, omvang en complexiteit van de verrichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

3. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen beschikken in elk geval voor het Risk managment, de interne controle, de interne audit en indien van toepassing, voor uitbestedingen over schriftelijk vastgelegde beleidslijnen. Zij zorgen ervoor dat deze beleidslijnen worden toegepast.

Deze schriftelijk vastgelegde beleidslijnen worden ten minste eenmaal per jaar geëvalueerd. Ze worden vooraf door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan goedgekeurd en ze worden aangepast bij een duidelijke wijziging van het betrokken systeem of gebied.

4. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen treffen redelijke maatregelen, waaronder de ontwikkeling van noodplannen, om voor continuïteit en regelmatigheid in de verrichting van hun werkzaamheden te zorgen. Daartoe maakt de onderneming gebruik van passende en proportionele systemen, middelen en procedures.

5. De toezichthoudende autoriteiten beschikken over passende middelen, methoden en bevoegdheden om het governancesysteem van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te verifiëren en om zich openbarende risico’s te evalueren die door deze ondernemingen worden geconstateerd en die hun financiële soliditeit kunnen aantasten.

De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten over de nodige bevoegdheden beschikken om verbetering of versterking van het governancesysteem te kunnen eisen teneinde naleving van de in de artikelen 42 tot en met 49 neergelegde vereisten te waarborgen.