Art. 35 Richtlijn 2009/138/EG, Voor toezichtsdoeleinden te verstrekken informatie
1. De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij de toezichthoudende autoriteiten de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie moeten indienen. Deze informatie bevat ten minste de gegevens die bij de uitvoering van het in artikel 36 bedoelde proces nodig zijn om:
a) beoordelen van het door de ondernemingen toegepaste governancesysteem, de door hen verrichte werkzaamheden, de voor solvabiliteitsdoeleinden gehanteerde waarderingsgrondslagen, de risico’s en de Risk managementsystemen en hun kapitaalstructuur, -behoeften en -beheer;
b) op basis van de uitoefening van hun toezichthoudende rechten en plichten elke passende beslissing te kunnen nemen.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheden hebben voor het volgende:
a) zij mogen de aard, de reikwijdte en het model van de in lid 1 bedoelde informatie vaststellen en deze informatie bij verzekerings- en herverzekeringsondernemingen opvragen:
i) in van tevoren bepaalde perioden;
ii) wanneer zich van tevoren omschreven gebeurtenissen voordoen;
iii) bij onderzoek naar de situatie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
b) zij mogen alle informatie inwinnen over overeenkomsten die in het bezit zijn van tussenpersonen, of over overeenkomsten die met derden worden aangegaan;
c) zij mogen informatie opvragen bij externe deskundigen, zoals accountants en actuarissen.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bestaat uit:
a) kwalitatieve of kwantitatieve elementen of een passende combinatie daarvan;
b) historische, huidige of prospectieve elementen of een passende combinatie daarvan;
c) gegevens uit interne of externe bronnen of een passende combinatie daarvan.
4. In de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie worden de volgende uitgangspunten in acht genomen:
a) er moet rekening worden gehouden met de aard, omvang en complexiteit van de werkzaamheden van de betrokken onderneming, en met name met de risico’s die aan die werkzaamheden verbonden zijn;
b) zij moet toegankelijk, in alle essentiële opzichten volledig, vergelijkbaar en in de tijd gezien consistent zijn; en
c) zij moet relevant, betrouwbaar en begrijpelijk zijn.
5. De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten beschikken over passende systemen en structuren om aan de leden 1 tot en met 4 te voldoen, en over een door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming goedgekeurde schriftelijk vastgelegde beleidslijn die waarborgt dat de ingediende informatie altijd correct is.
6. De Commissie neemt uitvoeringsmaatregelen aan waarin nadere invulling wordt gegeven aan de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde informatie, teneinde te zorgen voor een passende convergentie van de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit.
Deze uitvoeringsmaatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 301, lid 3.