Art. 231 Richtlijn 2009/138/EG, Intern model van een groep
1. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding gezamenlijk een aanvraag indienen om zowel het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen, bepalen de betrokken toezichthoudende autoriteiten in onderling overleg of zij deze aanvraag al dan niet inwilligen en onder welke eventuele voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.
De in de eerste alinea bedoelde aanvraag wordt alleen bij de groepstoezichthouder ingediend.
De groepstoezichthouder stelt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten onverwijld daarvan in kennis.
2. De betrokken toezichthoudende autoriteiten doen alles wat in hun vermogen ligt om binnen zes maanden na de datum van ontvangst door de groepstoezichthouder van de volledige aanvraag een gezamenlijk besluit over de aanvraag te nemen.
De groepstoezichthouder doet de volledige aanvraag onverwijld aan de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten toekomen.
3. Tijdens de in lid 2 bedoelde periode kunnen de groepstoezichthouder en elk van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen raadplegen. Het Comité wordt ook geraadpleegd indien de deelnemende onderneming hierom verzoekt.
Wanneer het Comité wordt geraadpleegd, worden alle betrokken toezichthoudende autoriteiten daarvan in kennis gesteld en wordt de in lid 2 bedoelde periode met twee maanden verlengd.
4. Wanneer het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen niet overeenkomstig lid 3, eerste alinea, is geraadpleegd en er binnen zes maanden na de datum van ontvangst door de groepstoezichthouder van de volledige aanvraag geen gezamenlijk besluit van de betrokken toezichthoudende autoriteiten is, verzoekt de groepstoezichthouder het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen binnen nogmaals twee maanden advies uit te brengen aan alle betrokken toezichthoudende autoriteiten. De groepstoezichthouder neemt binnen drie weken na ontvangst van dat advies een besluit en houdt daarbij volledig rekening met het advies.
5. Ongeacht de vraag of het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen is geraadpleegd of niet, bevat het besluit van de groepstoezichthouder een volledige opgaaf van redenen met inachtneming van de door de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten geuite standpunten.
De groepstoezichthouder doet het besluit aan de aanvrager en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten toekomen.
Dat besluit wordt als doorslaggevend erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.
6. Indien er binnen de in respectievelijk lid 2 en lid 3 vastgestelde termijnen geen gezamenlijk besluit is, neemt de groepstoezichthouder op eigen gezag een besluit over de aanvraag.
Bij het nemen van zijn besluit houdt de groepstoezichthouder naar behoren rekening met het volgende:
a) de tijdens de toepasselijke termijn door de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten geuite standpunten en voorbehouden;
b) wanneer het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen is geraadpleegd, het advies van dat comité.
Het besluit bevat een volledige opgaaf van redenen en een toelichting op elke aanzienlijke afwijking van de standpunten van het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen.
De groepstoezichthouder doet het besluit aan de aanvrager en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten toekomen.
Het besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.
7. Ingeval één van de betrokken toezichthoudende autoriteiten van mening is dat het risicoprofiel van een onder haar toezicht staande verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de aannames die ten grondslag liggen aan het op groepsniveau goedgekeurde interne model, en zolang deze onderneming niet afdoende aan de bezorgdheid van de toezichthoudende autoriteit tegemoet is gekomen, kan deze autoriteit overeenkomstig artikel 37 besluiten op het uit de toepassing van dit interne model voor deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming resulterende solvabiliteitskapitaalvereiste een opslagfactor toe te passen.
In uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke opslagfactor niet gepast is, kan de toezichthoudende autoriteit verlangen dat de betrokken onderneming haar solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de in titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdelingen 1 en 2, bedoelde standaardformule. Overeenkomstig artikel 37, lid 1, onder a) en c), kan de toezichthoudende autoriteit op het uit de toepassing van de standaardformule resulterende solvabiliteitskapitaalvereiste van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming een opslagfactor toepassen.
De toezichthoudende autoriteit legt eventuele in de eerste en de tweede alinea bedoelde besluiten uit aan zowel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als de groepstoezichthouder.