Art. 7 Richtlijn 2009/125/EG, Vrijwaringsclausule
1. Wanneer een lidstaat constateert dat een product dat voorzien is van de in artikel 5 bedoelde CE-markering en overeenkomstig het bedoelde gebruik wordt gebruikt, niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet, wordt de fabrikant of zijn gevolmachtigde verplicht om het product in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel en/of met de CE-markering, en om onder de door de lidstaat opgelegde voorwaarden een eind te maken aan de inbreuk.
Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een product wellicht niet in overeenstemming is, nemen de lidstaten de noodzakelijke maatregelen die, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving, zo ver kunnen gaan als een verbod op de marktintroductie van het product totdat naleving wordt bereikt.
Wanneer de niet-naleving voortduurt, beperkt of verbiedt de lidstaat het op de markt introduceren en/of in gebruik nemen van het product in kwestie of zorgt hij ervoor dat het product uit de handel wordt genomen.
In gevallen waarin een verbod wordt uitgevaardigd of indien het product uit de handel wordt genomen, worden de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht.
2. In elk op grond van deze richtlijn genomen besluit van een lidstaat waardoor het op de markt introduceren en/of het in gebruik nemen van een product wordt beperkt, worden de redenen opgegeven waarop het is gebaseerd.
Een dergelijk besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene, die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die hem overeenkomstig de in de desbetreffende lidstaat geldende wetgeving ter beschikking staan, en van de termijnen waaraan dergelijke rechtsmiddelen gebonden zijn.
3. De lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk uit hoofde van lid 1 genomen besluit, waarbij de redenen voor het nemen van dat besluit worden opgegeven en met name wordt vermeld of de niet-naleving toe te schrijven is aan:
a) niet-inachtneming van de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel;
b) de incorrecte toepassing van de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 10, lid 2;
c) tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 10, lid 2.
4. De Commissie treedt onverwijld in overleg met de betrokken partijen en kan het technische advies inwinnen van onafhankelijke externe deskundigen.
Na dat overleg stelt de Commissie de lidstaat die het besluit heeft genomen, en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van haar zienswijze.
Wanneer de Commissie van oordeel is dat het besluit niet gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.
5. Indien het in lid 1 van dit artikel bedoelde besluit genomen is naar aanleiding van een tekortkoming in de geharmoniseerde normen, leidt de Commissie onmiddellijk de in artikel 10, leden 2, 3 en 4, beschreven procedure in. De Commissie brengt tegelijkertijd het in artikel 19, lid 1, bedoelde comité op de hoogte.
6. De lidstaten en de Commissie nemen de nodige maatregelen om, wanneer dit gerechtvaardigd is, de geheimhouding van de tijdens die procedure verstrekte informatie te garanderen.
7. De door de lidstaten overeenkomstig dit artikel genomen besluiten worden op transparante wijze openbaar gemaakt.
8. Het standpunt van de Commissie ten aanzien van die besluiten wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.