Art. 5 Richtlijn 2009/71/EG, De bevoegde regelgevende autoriteit

Richtlijn 2009/71/EG

1. Er wordt door de lidstaten een bevoegde regelgevende autoriteit op het gebied van veiligheid van kerninstallaties ingesteld en in stand gehouden.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde regelgevende autoriteit functioneel gescheiden is van andere organen of organisaties die betrokken zijn bij de bevordering of het gebruik van kernenergie, met inbegrip van de elektriciteitproductie, teneinde te zorgen voor de daadwerkelijke onafhankelijkheid van ongewenste beïnvloeding van haar besluitvorming op regelgevingsgebied.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde regelgevende autoriteit de juridische bevoegdheden en de personele en financiële middelen krijgt om haar verplichtingen in verband met het in artikel 4, lid 1, omschreven nationale kader te vervullen, met de nodige voorrang aan veiligheid. Dit omvat mede de bevoegdheden en de middelen om:

a) van de vergunninghouder te eisen dat hij de nationale voorschriften inzake nucleaire veiligheid en de voorwaarden van de betrokken vergunning naleeft;

b) te eisen dat die naleving wordt aangetoond, met inbegrip van de voorschriften uit hoofde van artikel 6, leden 2 tot en met 5;

c) deze naleving te verifiëren door middel van op de regelgeving gestoelde evaluaties en inspecties, en

d) handhavingsacties uit te voeren, waaronder het schorsen van de bedrijfsvoering van kerninstallaties overeenkomstig de voorwaarden van het nationale kader als bedoeld in artikel 4, lid 1.

Vorige artikelen

Volgende artikelen