Art. 4 Richtlijn 2009/71/EG, Kader voor wetgeving, regelgeving en organisatie
1. Er wordt door de lidstaten een passend nationaal wettelijk, regelgevend en organisatorisch kader voor de veiligheid van kerninstallaties ingesteld en in stand gehouden (hierna het „nationale kader” genoemd) waarmee de verantwoordelijkheden worden toegewezen en wordt voorzien in coördinatie tussen de betrokken overheidsinstanties. In het nationale kader worden verantwoordelijkheden vastgesteld voor:
a) de vaststelling van nationale nucleaire veiligheidsvoorschriften. De bepaling van de wijze van vaststelling en het instrument met behulp waarvan zij worden toegepast, valt onder de bevoegdheid van de lidstaten;
b) de instelling van een stelsel van vergunningen en verboden op de bedrijfsvoering van kerninstallaties zonder vergunning;
c) de instelling van een stelsel voor toezicht op de nucleaire veiligheid;
d) handhavingsmaatregelen, waaronder de schorsing van de bedrijfsvoering en de wijziging of intrekking van een vergunning.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat het nationale kader in stand wordt gehouden en indien nodig verbeterd wordt waarbij rekening wordt gehouden met tijdens de bedrijfsvoering opgedane ervaring, de inzichten verkregen door veiligheidsanalyses voor reeds in bedrijf zijnde kerninstallaties, de ontwikkeling van de technologie en de resultaten van veiligheidsonderzoek, indien van toepassing en beschikbaar.