Art. 10 Richtlijn 2009/28/EG, Gevolgen van gezamenlijke projecten tussen lidstaten en derde landen
1. Binnen drie maanden na afloop van ieder jaar dat valt binnen de periode van artikel 9, lid 5, onder c), doet de lidstaat die de kennisgeving uit hoofde van artikel 9 heeft gedaan, een kennisgevingsbrief uitgaan met vermelding van:
a) de totale hoeveelheid elektriciteit die tijdens dat jaar uit hernieuwbare energiebronnen werd geproduceerd door de installatie die genoemd werd in de kennisgeving uit hoofde van artikel 9;
b) de hoeveelheid elektriciteit die tijdens dat jaar uit hernieuwbare energiebronnen werd geproduceerd door die installatie en die moet worden meegeteld voor zijn nationaal algemeen streefcijfer overeenkomstig de kennisgeving uit hoofde van artikel 9; en
c) het bewijs dat aan de voorwaarden van artikel 9, lid 2, is voldaan.
2. De lidstaat stuurt de kennisgevingsbrief aan het derde land dat het project uit hoofde van artikel 9, lid 5, onder d), heeft bevestigd, en aan de Commissie.
3. Wanneer wordt gemeten of het streefcijfer voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn met betrekking tot de nationale algemene streefcijfers, wordt de hoeveelheid elektriciteit die is geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen, waarvan overeenkomstig lid 1, onder b), kennis is gegeven, opgeteld bij de hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen die in aanmerking wordt genomen wanneer wordt gemeten of de lidstaat die de kennisgevingsbrief doet uitgaan, aan de voorschriften voldoet.