Art. 4 Verordening (EG) nr. 1251/2008, Waterdieren voor sierdoeleinden die afkomstig zijn van of bestemd zijn voor siervisvoorzieningen

Verordening (EG) nr. 1251/2008

1. Voor verplaatsingen van waterdieren voor sierdoeleinden geldt een kennisgevingsverplichting in het kader van het in artikel 20, lid 1, van Richtlijn 90/425/EEG (Traces) bedoelde geïnformatiseerde systeem wanneer de dieren:

a) afkomstig zijn van siervisvoorzieningen in een andere lidstaat;

b) bestemd zijn voor gesloten siervisvoorzieningen in een andere lidstaat, indien het gehele grondgebied of bepaalde gebieden of compartimenten daarvan:

i) vrij verklaard zijn van één of meer van de in bijlage IV, deel II, bij Richtlijn 2006/88/EG genoemde niet-exotische ziekten overeenkomstig artikel 49 of 50 van die richtlijn; of

ii) onderworpen zijn aan een bewakings- of uitroeiingsprogramma overeenkomstig artikel 44, lid 1 of 2, van die richtlijn; en

c) behoren tot soorten die vatbaar zijn voor een of meer van de ziekten waarvoor betrokken lidstaat of gebied of compartiment ziektevrij is verklaard, of waarvoor een bewakings- of uitroeiingsprogramma geldt zoals bedoeld onder b).

2. Waterdieren voor sierdoeleinden in gesloten siervisvoorzieningen mogen niet worden uitgezet in open siervisvoorzieningen, kwekerijen, heruitzettingsgebieden, „put and take”-visbedrijven, kweekgebieden van weekdieren of in het wild, tenzij de bevoegde autoriteit hiervoor toestemming heeft gegeven.

De bevoegde autoriteit geeft hiervoor slechts toestemming wanneer deze uitzetting de gezondheidsstatus van de waterdieren op de plaats van uitzetting niet in gevaar brengt en ziet erop toe dat er passende risicobeperkende maatregelen worden genomen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen