Art. 19 Verordening (EG) nr. 1235/2008, Overgangsbepalingen betreffende de invoer van gelijkwaardige producten die niet van oorsprong zijn uit in de lijst opgenomen derde landen
Verordening (EG) nr. 1235/2008
1. Overeenkomstig artikel 40 van Verordening (EG) nr. 834/2007 kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat importeurs in die lidstaat die overeenkomstig artikel 28 van die verordening kennis van hun activiteit hebben gegeven, machtigen om producten in de handel te brengen die zijn ingevoerd uit derde landen die niet zijn opgenomen in de in artikel 33, lid 2, van die verordening bedoelde lijst, op voorwaarde dat de importeur voldoende bewijs levert dat is voldaan aan de bij artikel 33, lid 1, onder a) en b), van die verordening vastgestelde voorwaarden.
Indien de lidstaat, na eerst de importeur of welke andere betrokkene dan ook in de gelegenheid te hebben gesteld opmerkingen te maken, van mening is dat niet langer aan die voorwaarden is voldaan, trekt hij de machtiging in.
De geldigheidsduur van de machtigingen verstrijkt uiterlijk 24 maanden na de bekendmaking van de eerste lijst van overeenkomstig artikel 10 van de onderhavige verordening erkende controleorganen en controlerende autoriteiten.
Het ingevoerde product wordt gedekt door een controlecertificaat als bedoeld in artikel 13, afgegeven door de controlerende autoriteit of het controleorgaan die of dat door de bevoegde autoriteit van de machtigende lidstaat is aanvaard voor de afgifte van het controlecertificaat. Het origineel van het certificaat moet de goederen vergezellen tot het bedrijfspand van de eerste geadresseerde. Vervolgens moet de importeur het certificaat gedurende ten minste twee jaar ter beschikking van het controleorgaan en, in voorkomend geval, de controlerende autoriteit houden.
2. Elke lidstaat stelt de overige lidstaten en de Commissie in kennis van elke overeenkomstig dit artikel verleende machtiging, waarbij ook informatie wordt verstrekt over de betrokken productienormen en controleregelingen.
3. Op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie wordt een overeenkomstig het onderhavige artikel verleende machtiging onderzocht door het Comité voor biologische productie. Indien uit dit onderzoek blijkt dat niet wordt voldaan aan de bij artikel 33, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 834/2007 vastgestelde voorwaarden, verlangt de Commissie van de lidstaat die de machtiging heeft verleend, dat deze de machtiging intrekt.
4. Vanaf de datum die twaalf maanden later is dan de datum van bekendmaking van de eerste lijst van controleorganen en controlerende autoriteiten als bedoeld in artikel 11, lid 5, mogen de lidstaten de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde machtigingen niet langer verlenen, tenzij het gaat om ingevoerde producten waarvan de productie in het derde land werd gecontroleerd door een controleorgaan dat of een controlerende autoriteit die niet voorkomt op de overeenkomstig artikel 10 opgestelde lijst.
5. Vanaf 1 januari 2013 verlenen de lidstaten niet langer machtigingen als bedoeld in lid 1.
6. De geldigheidsduur van elke machtiging om uit een derde land ingevoerde producten in de handel te brengen die de bevoegde autoriteit van een lidstaat vóór 31 december 2008 overeenkomstig artikel 11, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 heeft verleend, verstrijkt uiterlijk op 31 december 2009.