Art. 28 VIS-verordening, Verhouding tot de nationale systemen
Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)
1. Het VIS wordt met het nationale systeem van elke lidstaat verbonden via de nationale interface in de betrokken lidstaat.
2. Elke lidstaat wijst een nationale autoriteit aan die ervoor zorgt dat de in artikel 6, leden 1 en 2, bedoelde bevoegde autoriteiten toegang hebben tot het VIS, en verbindt die nationale autoriteit met de nationale interface.
3. Elke lidstaat maakt voor de verwerking van de gegevens gebruik van geautomatiseerde procedures.
4. Elke lidstaat is verantwoordelijk voor:
a) de ontwikkeling van het nationale systeem en/of de aanpassing ervan aan het VIS, overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Beschikking 2004/512/EG;
b) de organisatie, het beheer, de exploitatie en het onderhoud van zijn nationale systeem;
c) het beheer en de regelingen op grond waarvan naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde nationale autoriteiten overeenkomstig deze verordening toegang krijgen tot het VIS, en de opstelling en regelmatige bijwerking van een lijst van dergelijke personeelsleden en hun profiel;
d) de kosten die betrekking hebben op de nationale systemen en de kosten voor de verbinding van deze systemen met de nationale interface, met inbegrip van de investeringskosten en de operationele kosten voor de communicatie-infrastructuur tussen de nationale interface en het nationale systeem.
5. Alvorens toestemming te krijgen om in het VIS opgeslagen gegevens te verwerken, krijgt het personeel van de autoriteiten met toegangsrecht tot het VIS een degelijke opleiding over de regels inzake gegevensbeveiliging en -bescherming, en wordt het op de hoogte gebracht van ter zake doende strafbare feiten en sancties.