Art. 26 VIS-verordening, Operationeel beheer
Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)
1. Na een overgangsperiode wordt een beheersautoriteit (de „beheersautoriteit”), die uit de algemene begroting van de Europese Unie wordt gefinancierd, belast met het operationele beheer van het centrale VIS en de nationale interfaces. De beheersautoriteit zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de beste voorhanden zijnde technologie wordt gebruikt voor het centrale VIS en de nationale interfaces, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse.
2. De beheersautoriteit wordt tevens belast met de volgende taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur tussen het centrale VIS en de nationale interfaces:
a) toezicht;
b) beveiliging;
c) coördinatie van de betrekkingen tussen de lidstaten en de dienstverlener.
3. De Commissie wordt belast met alle andere taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur tussen het centrale VIS en de nationale interfaces, met name:
a) begrotingsuitvoeringstaken;
b) aanschaf en vernieuwing;
c) contractuele aangelegenheden.
4. Tijdens de overgangsperiode die voorafgaat aan de aanvang van de werkzaamheden van de beheersautoriteit, is de Commissie belast met het operationele beheer van het VIS. De Commissie mag deze taak en begrotingsuitvoeringstaken, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (23), delegeren aan nationale overheidsinstanties, in twee verschillende lidstaten.
5. Elke nationale overheidsinstantie als bedoeld in lid 4 voldoet in het bijzonder aan onderstaande selectiecriteria:
a) de instantie moet hebben bewezen dat zij over uitgebreide ervaring beschikt in het omgaan met een grootschalig informatiesysteem;
b) de instantie moet beschikken over aanzienlijke deskundigheid in het omgaan met en het beveiligen van een grootschalig informatiesysteem;
c) de instantie moet beschikken over voldoende ervaren personeel dat beroepsdeskundigheid en taalvaardigheden bezit die zijn afgestemd op de werkzaamheden in het kader van internationale samenwerking die voor het VIS nodig zijn;
d) de instantie moet beschikken over een beveiligde en op maat gesneden faciliteiteninfrastructuur, met name om voor een back-up en ononderbroken werking van grootschalige IT-systemen te kunnen zorgen, en
e) de administratieve context van de instantie moet haar in staat stellen zich naar behoren van haar taken te kwijten en elk belangenconflict te vermijden.
6. Alvorens taken te delegeren, overeenkomstig lid 4, alsook op gezette tijden nadien, informeert de Commissie het Europees Parlement en de Raad over de voorwaarden van de delegatie, de precieze reikwijdte ervan en de instanties waaraan taken zijn gedelegeerd.
7. Indien de Commissie tijdens de overgangsperiode op grond van lid 4 haar taken delegeert, zorgt zij ervoor dat de beperkingen van het institutionele bestel zoals vastgelegd in het Verdrag daarbij volledig worden geëerbiedigd. In het bijzonder waarborgt zij dat de delegatie niet ten koste gaat van de doeltreffendheid van de controlemechanismen van het Gemeenschapsrecht, ongeacht of het gaat om controle door het Hof van Justitie, de Rekenkamer of de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
8. Het operationele beheer van het VIS omvat alle taken die nodig zijn om het VIS overeenkomstig deze verordening 24 uur per dag en 7 dagen per week te laten functioneren, met name de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigend niveau van operationele kwaliteit van het systeem, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van de centrale gegevensbank door consulaire posten welke zo kort mogelijk moet zijn.
9. Onverminderd artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, opgenomen in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 (24) past de beheersautoriteit passende voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op alle personeelsleden die met VIS-gegevens werken. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden ook nadat een dergelijk personeelslid zijn functie of dienstverband heeft beëindigd of zijn werkzaamheden heeft stopgezet.