Art. 5 Verordening (EG) nr. 692/2008, Aanvraag voor EG-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie betreft
1. De fabrikant dient bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag in voor EG-typegoedkeuring van een voertuig wat emissies en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie betreft.
2. De in lid 1 bedoelde aanvraag wordt opgesteld overeenkomstig het model van het inlichtingenformulier in aanhangsel 3 van bijlage I.
3. De fabrikant verstrekt bovendien de volgende informatie:
a) in het geval van voertuigen met elektrische-ontstekingsmotor, een verklaring van de fabrikant betreffende het minimumpercentage ontstekingsfouten op het totale aantal ontstekingspogingen waardoor de emissies de grenswaarden van punt 2.3 van bijlage XI zouden overschrijden indien dat percentage vanaf de start van een test van type 1 zoals beschreven in bijlage III bij deze verordening, aanwezig was geweest, of dat tot oververhitting van de katalysator of katalysatoren zou kunnen leiden met onherstelbare schade tot gevolg;
b) gedetailleerde schriftelijke informatie met een volledige beschrijving van de functionele kenmerken van het OBD-systeem, inclusief een lijst van alle relevante delen van het systeem voor emissiebeheersing van het voertuig die door het OBD-systeem worden bewaakt;
c) een beschrijving van de storingsindicator die door het OBD-systeem wordt gebruikt om de bestuurder van het voertuig op een fout te attenderen;
d) een verklaring van de fabrikant dat het OBD-systeem onder alle redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden aan de bepalingen inzake prestaties tijdens het gebruik van punt 3 van aanhangsel 1 van bijlage XI bij deze verordening voldoet;
e) een plan met een beschrijving van de gedetailleerde technische criteria en de rechtvaardiging voor het verhogen van de teller en de noemer van elke bewakingsfunctie die aan de voorschriften van de punten 3.2 en 3.3 van aanhangsel 1 van bijlage XI moeten voldoen, alsook voor het bevriezen van tellers, noemers en de algemene noemer onder de in punt 3.7 van aanhangsel 1 van bijlage XI genoemde voorwaarden;
f) een beschrijving van de maatregelen die zijn genomen om het manipuleren of modificeren van de emissiebeheersingscomputer te voorkomen;
g) indien van toepassing, de kenmerken van de voertuigfamilie zoals bedoeld in aanhangsel 2 van bijlage XI;
h) eventueel afschriften van andere typegoedkeuringen met de gegevens die vereist zijn voor de uitbreiding van goedkeuringen en de vaststelling van verslechteringsfactoren.
4. Voor de toepassing van lid 3, onder d), gebruikt de fabrikant het model van een certificaat van overeenstemming met de OBD-prestatievoorschriften tijdens het gebruik in aanhangsel 7 van bijlage I.
5. Voor de toepassing van lid 3, onder e), stelt de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring verleent, de in dat punt genoemde informatie op verzoek ter beschikking van de goedkeuringsinstanties of de Commissie.
6. Voor de toepassing van lid 3, onder d) en e), keuren goedkeuringsinstanties een voertuig niet goed als de door de fabrikant verstrekte informatie niet aan de voorschriften van punt 3 van aanhangsel 1 van bijlage XI voldoet.
De punten 3.2, 3.3 en 3.7 van aanhangsel 1 van bijlage XI zijn van toepassing onder alle redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden.
Bij de beoordeling van de uitvoering van de voorschriften in de eerste en de tweede alinea houden de goedkeuringsinstanties rekening met de stand van de technologie.
7. Voor de toepassing van lid 3, onder f), omvatten de maatregelen die zijn genomen om het manipuleren of modificeren van de emissiebeheersingscomputer te voorkomen, een inrichting voor updating met behulp van een door de fabrikant goedgekeurd programma of een door hem goedgekeurde kalibratie.
8. Voor de tests in figuur I.2.4 van bijlage I stelt de fabrikant een voor het goed te keuren type representatief voertuig ter beschikking van de technische dienst die verantwoordelijk is voor de typegoedkeuringstests.
9. De aanvraag voor typegoedkeuring van monofuel-, bifuel- en flexfuelvoertuigen moet voldoen aan de extra voorschriften in de punten 1.1 en 1.2 van bijlage I.
10. Wijzigingen van het merk van een systeem, onderdeel of technische eenheid na typegoedkeuring, maken de typegoedkeuring niet automatisch ongeldig, tenzij de oorspronkelijke kenmerken of technische parameters ervan zodanig worden gewijzigd dat de functionaliteit van de motor of het systeem voor verontreinigingsbeheersing wordt beïnvloed.