Art. 4 Verordening (EG) nr. 692/2008, Voorschriften voor typegoedkeuring wat het OBD-systeem betreft
1. De fabrikant zorgt ervoor dat alle voertuigen met een OBD-systeem zijn uitgerust.
2. Het OBD-systeem is zo ontworpen, geconstrueerd en in het voertuig geïnstalleerd dat het tijdens de hele levensduur van het voertuig typen van verslechteringen of storingen kan identificeren.
3. Het OBD-systeem voldoet onder normale gebruiksomstandigheden aan de voorschriften van deze verordening.
4. Wanneer het overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage XI met een defect onderdeel wordt getest, wordt de storingsindicator van het OBD-systeem geactiveerd.
De storingsindicator van het OBD-systeem kan tijdens deze test ook actief worden bij emissieniveaus onder de in bijlage XI bepaalde OBD-drempelwaarden.
5. De fabrikant zorgt ervoor dat het OBD-systeem onder alle redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden aan de prestatievoorschriften tijdens het gebruik in punt 3 van aanhangsel 1 van bijlage XI bij deze verordening voldoet.
6. Gegevens over de prestaties tijdens het gebruik die overeenkomstig punt 3.6 van aanhangsel 1 van bijlage XI door een OBD-systeem van het voertuig moeten worden opgeslagen en gerapporteerd, worden door de fabrikant ongecodeerd ter beschikking gesteld van nationale autoriteiten en onafhankelijke marktdeelnemers.
7. Typegoedkeuring wat Euro 6-emissienormen betreft kan pas worden verleend wanneer OBD-drempelwaarden zijn vastgesteld, met uitzondering van dieselvoertuigen die de OBD-grenswaarden in punt 2.3.2 van bijlage XI gebruiken.