Art. 84 Verordening (EG) nr. 555/2008, Bijstand op verzoek
1. Een bevoegde instantie van een lidstaat die op haar grondgebied controleacties onderneemt, mag inlichtingen vragen bij een bevoegde instantie van een andere lidstaat die direct of indirect belang kan hebben bij de controle. Als een dergelijk verzoek wordt ingediend, wordt de bijstand tijdig verleend.
Als de in de eerste alinea bedoelde controleacties betrekking hebben op een product van oorsprong uit een derde land en de verhandeling van dit product van specifiek belang kan zijn voor andere lidstaten, wordt de Commissie ingelicht.
De aangezochte instantie verstrekt de aanvragende instantie alle inlichtingen die deze nodig heeft om haar opdracht te vervullen.
2. Op een met redenen omkleed verzoek van de aanvragende instantie houdt de aangezochte instantie speciaal toezicht of verricht zij speciale controles om het beoogde doel te bereiken, of neemt zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een dergelijk toezicht wordt gehouden of dergelijke controles worden verricht.
3. De aangezochte instantie gaat te werk alsof zij handelt voor eigen rekening.
4. Met instemming van de aangezochte instantie kan de aanvragende instantie functionarissen aanwijzen:
a) hetzij om in de kantoren van de bestuursrechtelijke autoriteiten van de lidstaat waar de aangezochte instantie is gevestigd, inlichtingen over de toepassing van de wijnbouwvoorschriften of over controleacties te verkrijgen, met inbegrip van het maken van kopieën van vervoersdocumenten en andere documenten dan wel uittreksels uit de registers,
b) hetzij om aanwezig te zijn bij de krachtens lid 2 vereiste acties, nadat zij de aangezochte instantie daarvan tijdig vóór het begin van deze acties in kennis heeft gesteld.
De in de eerste alinea, onder a), bedoelde kopieën mogen slechts met instemming van de aangezochte instantie worden gemaakt.
5. De functionarissen van de aangezochte instantie hebben te allen tijde de leiding over de controles.
6. De functionarissen van de aanvragende instantie:
a) leggen een schriftelijk mandaat over waarin hun identiteit en functie zijn vermeld;
b) genieten, onverminderd de door de lidstaat van de aangezochte instantie aan zijn eigen functionarissen bij de uitvoering van de betrokken controles opgelegde beperkingen:
i) het recht van toegang als bedoeld in artikel 83, onder a) en b),
ii) een recht van informatie over de resultaten van de door de functionarissen van de aangezochte instantie krachtens artikel 83, onder c) en e), verrichte controles;
c) nemen tijdens de controles een houding aan die strookt met de professionele voorschriften en gebruiken die in de betrokken lidstaat gelden, en zijn gebonden aan het beroepsgeheim.
7. De in dit artikel bedoelde verzoeken worden aan de aangezochte instantie van de betrokken lidstaat doorgezonden via de contactinstantie van deze lidstaat. Hetzelfde geldt voor:
a) de antwoorden op deze verzoeken;
b) de mededelingen betreffende de toepassingen van de leden 2 en 4.
Om de samenwerking tussen de lidstaten doeltreffender en sneller te maken mogen de lidstaten, in afwijking van de eerste alinea, toestaan dat een bevoegde instantie:
a) haar verzoeken of mededelingen rechtstreeks aan een bevoegde instantie van een andere lidstaat richt;
b) rechtstreeks antwoordt op de verzoeken of mededelingen die zij ontvangt van een bevoegde instantie van een andere lidstaat.