Art. 69 Verordening (EG) nr. 555/2008, Premiebedrag

Verordening (EG) nr. 555/2008

1. Onverminderd de nationale steun die overeenkomstig artikel 106 van Verordening (EG) nr. 479/2008 mag worden gegeven, worden voor de premie waarin is voorzien bij artikel 101 van die verordening, de schalen gehanteerd die zijn vastgesteld in bijlage XV bij de onderhavige verordening.

2. De in artikel 101, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde historische opbrengst wordt vastgesteld op basis van de gemiddelde opbrengst van het bedrijf of, indien beschikbaar, de gemiddelde opbrengst van het perceel of de gemiddelde opbrengst voor een bepaalde wijncategorie op het bedrijf waarvoor de rooipremie is aangevraagd. De gemiddelde opbrengst wordt berekend op basis van de gemiddelde opbrengst in de periode van vijf jaar van 2003/2004 tot en met 2007/2008, met uitsluiting van de jaren met de laagste opbrengst en die met de hoogste opbrengst.

In afwijking van de eerste alinea geldt het volgende:

a) lidstaten die in 2004 of 2007 tot de Gemeenschap zijn toegetreden en in de hele periode van 2003/2004 tot en met 2007/2008 geen systeem van oogstopgaven hadden, berekenen de historische opbrengst op basis van de gemiddelde opbrengst in de periode van 2005/2006 tot en met 2007/2008;

b) een producent van wie de productie in de referentieperiode gedurende meer dan één jaar nadelig werd beïnvloed door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden die zich gedurende die referentieperiode heeft/hebben voorgedaan, heeft het recht te vragen dat de historische opbrengst wordt vastgesteld op basis van de gemiddelde opbrengst van de niet door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden getroffen wijnoogstjaren in de periode als bedoeld in de eerste alinea of, indien van toepassing, in punt a) van deze alinea.

3. De gemiddelde opbrengst wordt bepaald op basis van de oogstopgaven.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten bepalen dat de producenten die van indiening van de oogstopgave zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder c), of artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1282/2001, hun druivenproductie kunnen bewijzen aan de hand van de opgave waarin is voorzien bij artikel 2, lid 2, onder c), of de productieopgave als bedoeld in artikel 4, lid 1, van die verordening.

De lidstaten kunnen bepalen dat in de gevallen waarin de leden van coöperaties of andere groepen waartoe zij behoren of waarmee zij geassocieerd zijn, niet beschikken over de opgaven als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 1282/2001, de gemiddelde opbrengst van de coöperatie of de groep in aanmerking mag worden genomen op voorwaarde dat de coöperatie of de groep certificeert dat de producent hen in de betrokken jaren druiven heeft geleverd. In dit geval wordt, indien beschikbaar, de gemiddelde opbrengst in aanmerking genomen van een bepaalde wijncategorie in de betrokken coöperatie of groep waarvoor de rooipremie is aangevraagd.

De lidstaten kunnen bepalen dat, als noch de oogstopgave, noch de opgave als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c), of in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1282/2001 beschikbaar is om gegronde, door de lidstaten te controleren redenen, andere dan die welke zijn vermeld in de tweede en de derde alinea, de historische opbrengst de gemiddelde opbrengst van de betrokken regio is.

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de grondige controle van de betrouwbaarheid van de opgaven en de alternatieve gegevensbronnen die overeenkomstig dit artikel worden voorgelegd om de historische opbrengst vast te stellen.

4. De premie wordt betaald voor de beplante oppervlakte als omschreven in artikel 75.

Vorige artikelen

Volgende artikelen