Art. 67 Verordening (EG) nr. 555/2008, Subsidiabiliteit

Verordening (EG) nr. 555/2008

1. De rooipremie mag slechts worden toegekend als het bewijs wordt geleverd dat de betrokken wijngaardoppervlakte naar behoren werd onderhouden. Onverminderd de controle waarin is voorzien bij artikel 81, lid 3, van deze verordening is hiertoe voor ten minste de twee wijnoogstjaren die de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 479/2008 voorafgaan en de drie wijnoogstjaren die het rooien voorafgaan, de oogstopgave vereist overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1282/2001 van de Commissie (19).

2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten bepalen dat de producenten die van indiening van de oogstopgave zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder c), of artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1282/2001, hun druivenproductie kunnen bewijzen aan de hand van de opgave waarin is voorzien bij artikel 2, lid 2, onder c), of de productieopgave als bedoeld in artikel 4, lid 1, van die verordening.

Voor het geval om gegronde redenen noch de oogstopgave, noch de opgave als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c), of in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1282/2001 beschikbaar is, kunnen de lidstaten het gebruik van alternatieve middelen opleggen om aan te tonen dat de wijngaard naar behoren werd onderhouden. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de grondige aftoetsing van de betrouwbaarheid van deze alternatieve middelen.

3. Voordat zij een betalingsaanvraag aanvaarden, zien de lidstaten erop toe dat is voldaan aan de in artikel 100, onder a), b), d), e) en f), van Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde criteria om voor de rooipremie in aanmerking te komen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen