Art. 5 Verordening (EG) nr. 555/2008, Selectieprocedure

Verordening (EG) nr. 555/2008

1. De lidstaten stellen de procedure voor het indienen van de aanvragen vast, en met name uitvoeringsbepalingen betreffende:

a) de controle op de naleving van de in artikel 4 vastgestelde eisen en criteria;

b) de termijnen voor de indiening van de aanvragen en voor het onderzoek van de geschiktheid van elke voorgestelde actie;

c) de betrokken producten en de afzet daarvan in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening, de nationale bepalingen en de betrokken specificaties;

d) het sluiten van contracten, mogelijk aan de hand van standaardformulieren, het stellen van zekerheden en de betaling van voorschotten;

e) de evaluatie van alle ondersteunde acties.

2. De lidstaten selecteren de aanvragen met name aan de hand van de onderstaande criteria:

a) de samenhang tussen de voorgestelde strategieën en de vastgestelde doelen;

b) de kwaliteit van de voorgestelde maatregelen;

c) de van de uit te voeren acties te verwachten gevolgen voor de ontwikkeling van de vraag naar de betrokken producten;

d) garanties dat de betrokken marktdeelnemers efficiënt zijn en over de nodige technische capaciteit beschikken en dat de kosten van de maatregel die de marktdeelnemers zelf voornemens zijn uit te voeren, niet hoger liggen dan de normale marktprijzen.

3. Na het onderzoek van de aanvragen selecteren de lidstaten de aanvragen die de meeste waarde voor het geïnvesteerde geld bieden, stellen zij, met inachtneming van de beschikbare middelen, een lijst op en brengen zij aan de hand van het in bijlage VIII vastgestelde formulier de Commissie van deze aanvragen op de hoogte, zodat de overige lidstaten daarvan kennis kunnen nemen en de coherentie van de maatregel kan worden vergroot.

4. Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke afzetbevorderingsactie kiezen. Zij verbinden zich ertoe hun deel in de financiering te dragen en maken afspraken over administratieve samenwerkingsprocedures die het toezicht, de uitvoering en de controle moeten vergemakkelijken.

5. De lidstaten zien erop toe dat elke nationale of regionale campagne waarvoor steun wordt verleend, in overeenstemming is met de maatregelen die worden gefinancierd in het kader van Verordening (EG) nr. 3/2008 of Verordening (EG) nr. 1698/2005 en met de maatregelen die in het kader van nationale en regionale campagnes worden gefinancierd.

6. In het kader van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt geen steun verleend voor acties die worden ondersteund in het kader van artikel 20, onder c) iii), van Verordening (EG) nr. 1698/2005 of van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3/2008.

7. De lidstaten kunnen toestaan dat de steun vervroegd wordt betaald, d.i. voordat een actie is uitgevoerd, op voorwaarde dat de begunstigde een zekerheid heeft gesteld.

8. Als de lidstaten nationale steun voor afzetbevordering verlenen, delen zij dat in de betrokken onderdelen van de bijlagen I, V, VII en VIII bij deze verordening mee.

Vorige artikelen

Volgende artikelen