Art. 4 Verordening (EG) nr. 555/2008, Subsidiabele activiteiten en markten
De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde wijnen komen voor steun voor de afzetbevordering op de markten van derde landen in aanmerking op voorwaarde dat:
a) de producten voor rechtstreeks verbruik zijn bestemd, er voor die producten in de beoogde derde landen uitvoermogelijkheden of mogelijkheden tot het vinden van nieuwe afzetmarkten bestaan, en die producten een hoge toegevoegde waarde hebben;
b) wat wijn met een geografische aanduiding betreft, de oorsprong van het product in een voorlichtings- of afzetbevorderingsactie wordt vermeld;
c) de ondersteunde activiteit duidelijk omschreven is, met vermelding van de producten die in aanmerking worden genomen, de marketingactiviteiten en de geraamde kosten;
d) de steun voor de afzetbevordering en voorlichting voor een bepaalde begunstigde in een bepaald derde land niet langer dan drie jaar duurt;
e) de voor voorlichting en/of afzetbevordering bedoelde boodschappen gebaseerd zijn op de intrinsieke kwaliteiten van de wijn en voldoen aan de wetgeving van de derde landen waarvoor zij bedoeld zijn;
f) de begunstigden voldoende capaciteit hebben om het hoofd te bieden aan de specifieke factoren die de handel met derde landen belemmeren en over middelen beschikken om te garanderen dat de maatregel zo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd. De lidstaten moeten er met name op toezien dat er voldoende kwaliteitsvolle producten beschikbaar zijn om na de afzetbevorderingsactie op lange termijn aan de marktvraag te voldoen.
De begunstigden kunnen particuliere ondernemingen, beroepsorganisaties, producentenorganisaties, brancheorganisaties of, als een lidstaat daartoe besluit, overheidsinstanties zijn. In geen geval mogen de lidstaten een overheidsinstantie als enige begunstigde van de afzetbevorderingsmaatregel aanwijzen.
De voorkeur gaat naar kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (10), en naar gezamenlijke merknamen.
Om misbruik van de regeling te voorkomen mag in beginsel niet worden toegestaan dat de onder a) en c) genoemde elementen worden gewijzigd in de looptijd van de ondersteunde acties, tenzij kan worden aangetoond dat die wijzigingen een beter resultaat mogelijk maken.