Art. 12
1. De aanvragen van de in artikel 10, leden 1, 2 en 3, bedoelde uitvoercertificaten met vaststelling vooraf van de restitutie kunnen bij de bevoegde autoriteiten worden ingediend van maandag tot en met vrijdag van elke week.
De uitvoercertificaten worden afgegeven op de woensdag die volgt op de week waarin de aanvraag is ingediend, tenzij de Commissie in die periode een van de in lid 2 of lid 3 van dit artikel bedoelde bijzondere maatregelen heeft genomen.
In het kader van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 aangevraagde certificaten worden evenwel onmiddellijk afgegeven.
In afwijking van het bepaalde in de tweede alinea van dit lid kan de Commissie volgens de in artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde procedure een andere dag dan de woensdag vaststellen voor het afgeven van uitvoercertificaten, wanneer afgifte op die woensdag niet mogelijk is.
2. Als de afgifte van uitvoercertificaten zou leiden of dreigen te leiden tot overschrijding van de beschikbare begrotingskredieten of tot uitputting van de maximumhoeveelheden die in de betrokken periode met restitutie kunnen worden uitgevoerd, met inachtneming van de in artikel 33, lid 11, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde maxima, dan wel tot gevolg zou hebben dat de continuïteit van de uitvoer in de rest van de betrokken periode niet meer kan worden gegarandeerd, kan de Commissie:
a) een uniform percentage van aanvaarding van de gevraagde hoeveelheden vaststellen;
b) aanvragen waarvoor nog geen uitvoercertificaten zijn toegekend, afwijzen;
c) de indiening van aanvragen van uitvoercertificaten gedurende maximaal vijf werkdagen schorsen, met mogelijkheid van een langere, volgens de in artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde procedure vastgestelde schorsing.
In het in de eerste alinea, onder c), bedoelde geval zijn de tijdens de schorsingsperiode ingediende aanvragen van uitvoercertificaten niet ontvankelijk.
De in de eerste alinea vastgestelde maatregelen kunnen worden vastgesteld per of gedifferentieerd naar productcategorie, bestemming of groep van bestemmingen.
3. De in lid 2 vastgestelde maatregelen kunnen ook worden vastgesteld wanneer de aanvragen van uitvoercertificaten betrekking hebben op hoeveelheden die de normale afzet voor een bestemming of een groep van bestemmingen overschrijden of dreigen te overschrijden, en wanneer afgifte van de gevraagde certificaten een risico inhoudt van speculatie, van vervalsing van de concurrentie tussen handelaren of van verstoring van het betrokken handelsverkeer of van de communautaire markt.
4. Ingeval de gevraagde hoeveelheden worden geweigerd of verminderd, wordt de zekerheid onmiddellijk vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor niet op de aanvraag wordt ingegaan.
5. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt het certificaat uiterlijk de elfde werkdag na de bekendmaking van het uniforme aanvaardingspercentage in het Publicatieblad van de Europese Unie afgegeven als dit percentage lager is dan 90 %. De marktdeelnemer kan uiterlijk tien werkdagen na de bekendmaking:
a) ofwel zijn aanvraag intrekken, in welk geval de zekerheid onmiddellijk wordt vrijgegeven;
b) ofwel om onmiddellijke afgifte van het certificaat verzoeken, in welk geval de bevoegde instantie het certificaat onverwijld afgeeft, doch op zijn vroegst de vijfde werkdag na de indiening van de certificaataanvraag.
6. In afwijking van lid 1 worden aangevraagde certificaten die betrekking hebben op een hoeveelheid van niet meer dan 25 t producten van de GN-codes 0201 en 0202 onmiddellijk afgegeven. In dat geval bedraagt de geldigheidsduur van de certificaten, in afwijking van het bepaalde in artikel 10 van deze verordening, slechts vijf werkdagen vanaf de dag van werkelijke afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 en wordt in vak 20 van de aanvraag en van het certificaat zelf ten minste een van de in bijlage VII, deel A, bij deze verordening vastgestelde vermeldingen aangebracht.