Art. 10
1. Voor de uitvoer van producten waarvoor een restitutie wordt aangevraagd en waarvoor een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie moet worden overgelegd, wordt de geldigheidsduur van de certificaten met vaststelling vooraf van de restitutie, te rekenen vanaf de datum waarop het certificaat is afgegeven als bedoeld in artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000, vastgesteld op
a) de lopende maand en de vijf daaropvolgende maanden voor producten van GN-code 0102 10 en 75 dagen voor producten van de GN-codes 0102 90 en ex 1602 ;
b) 60 dagen voor de overige producten.
2. Uitvoercertificaten voor producten van de sector rundvlees die worden afgegeven in het kader van de in artikel 49 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 bedoelde procedure, zijn geldig tot het einde van:
a) voor producten van GN-code 0102 10 , de vijfde maand, te rekenen vanaf de maand van afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van die verordening;
b) voor de overige producten, de vierde maand, te rekenen vanaf de maand van afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van die verordening.
3. In afwijking van artikel 49, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 geldt voor producten van GN-code 0102 10 in plaats van de aldaar vermelde termijn van 21 dagen een termijn van 90 dagen.
4. In de certificaataanvragen en de certificaten moet in vak 15 de omschrijving van het product, in vak 16 de uit twaalf cijfers bestaande productcode van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, en in vak 7 het land van bestemming worden ingevuld.
5. De in artikel 14, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 bedoelde productcategorieën zijn aangegeven in bijlage VI bij de onderhavige verordening.