Art. 31 Verordening (EG) nr. 376/2008
Aan een primaire eis wordt geacht te zijn voldaan indien het bewijs wordt geleverd:
a) bij invoer: dat de in artikel 23, lid 1, onder a), bedoelde aangifte voor het betrokken product is aanvaard;
b) bij uitvoer: dat de in artikel 23, lid 1, onder b), bedoelde aangifte voor het betrokken product is aanvaard; bovendien dient het bewijs te worden geleverd:
i) wanneer het uitvoer of een met uitvoer gelijkgestelde leverantie in de zin van artikel 36 van Verordening (EG) nr. 800/1999 betreft, dat — behoudens overmacht — het product binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer, hetzij zijn bestemming heeft bereikt in het geval van een met uitvoer gelijkgestelde leverantie, hetzij, in de andere gevallen, het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten; voor de toepassing van deze verordening worden leveranties van producten die uitsluitend zijn bestemd om te worden verbruikt aan boord van boor- of productieplatforms, met inbegrip van daarbij behorende installaties voor dienstverlening, die zich bevinden binnen het gebied van het Europese continentaal plat of binnen dat van het continentaal plat van het niet-Europese deel van de Gemeenschap, maar buiten een zone van drie mijl vanaf de basislijn waarvan wordt uitgegaan voor de afbakening van de territoriale wateren van een lidstaat, geacht het douanegebied van de Gemeenschap te hebben verlaten;
ii) wanneer de producten onder de in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde regeling inzake bevoorradingsdepots zijn geplaatst, dat — behoudens overmacht — de producten binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte voor plaatsing onder de betrokken regeling, in een bevoorradingsdepot zijn opgeslagen.
Wanneer echter de in de eerste alinea, onder b), punt i), genoemde termijn van zestig dagen of de in de eerste alinea, onder b), punt ii), genoemde termijn van dertig dagen wordt overschreden, wordt de zekerheid vrijgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 23, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2220/85.
Het verbeuren van de zekerheid op grond van de tweede alinea vindt niet plaats voor de hoeveelheden waarvoor de restitutie overeenkomstig artikel 50, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 wordt verlaagd wegens niet-inachtneming van de in artikel 7, lid 1, of artikel 40, lid 1, van die verordening bedoelde termijn.