Art. 24 Verordening (EG) nr. 376/2008

Verordening (EG) nr. 376/2008

1. In afwijking van artikel 23 kan een lidstaat toestaan dat het certificaat:

a) wordt ingediend bij de instantie van afgifte of de met de betaling van de restitutie belaste autoriteit;

b) in de gevallen waarin artikel 18 van toepassing is, wordt opgeslagen in de databank van de instantie van afgifte of van de met de betaling van de restitutie belaste autoriteit.

2. De lidstaat stelt vast in welke gevallen lid 1 wordt toegepast en welke voorwaarden door de belanghebbende moeten worden vervuld om van de in lid 1 bedoelde procedure te kunnen gebruikmaken. Bovendien moeten de door de lidstaat vastgestelde bepalingen een gelijke behandeling van alle in de Gemeenschap afgegeven certificaten waarborgen.

3. De lidstaat wijst de autoriteit aan die voor de afschrijving op en de visering van het certificaat bevoegd is.

De afschrijving op en de visering van het certificaat worden evenwel ook geacht te hebben plaatsgevonden als:

a) er een per computer vervaardigd document voorhanden is waarin de uitgevoerde hoeveelheden zijn gespecificeerd; dit document moet aan het certificaat worden gehecht en samen ermee worden opgeborgen;

b) de uitgevoerde hoeveelheden in een officiële elektronische databank van de betrokken lidstaat zijn ingevoerd en er een koppeling bestaat tussen deze gegevens en het elektronische certificaat; de lidstaten kunnen ervoor kiezen deze gegevens te archiveren door gebruik te maken van een papieren versie van de elektronische documenten.

Als afschrijvingsdatum geldt de datum van aanvaarding van de in artikel 23, lid 1, bedoelde aangifte.

4. Bij de aanvaarding van de douaneaangifte moet de belanghebbende in het aangiftedocument met name het feit dat hij gebruik maakt van de bepalingen van dit artikel, alsmede het nummer van het te gebruiken certificaat vermelden.

5. Betreft het een certificaat dat het recht op invoer of op uitvoer meebrengt, dan kunnen de goederen slechts worden vrijgegeven indien het in artikel 23, lid 1, bedoelde douanekantoor informatie van de bevoegde autoriteit heeft ontvangen waaruit blijkt dat het in het douanedocument vermelde certificaat geldig is voor het betrokken product en dat de nodige afschrijving op dit certificaat heeft plaatsgevonden.

6. Betreft het uitgevoerde producten waarvoor geen uitvoercertificaat hoeft te worden overgelegd maar waarvoor de restitutie is vastgesteld door middel van een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie, dan kan, indien in het document dat hij de uitvoer wordt gebruikt om een restitutie te verkrijgen, bij vergissing geen melding is gemaakt van het feit dat gebruik wordt gemaakt van de bepalingen van dit artikel en/of het nummer van het certificaat niet is vermeld of indien de betrokken informatie onjuist is, de transactie worden geregulariseerd mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a) een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie voor het betrokken product dat geldig is op de dag van aanvaarding van de aangifte, is in het bezit van de met de uitkering van de restitutie belaste autoriteit;

b) de bevoegde autoriteiten beschikken over voldoende bewijzen om de uitgevoerde hoeveelheid in verband te kunnen brengen met het certificaat dat de uitvoer dekt.