Art. 23 Verordening (EG) nr. 376/2008

Verordening (EG) nr. 376/2008

1. Exemplaar nr. 1 van het certificaat wordt overgelegd aan het douanekantoor waar wordt aanvaard:

a) wanneer het een invoercertificaat betreft, de aangifte voor het vrije verkeer;

b) wanneer het een uitvoercertificaat of een certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie betreft, de aangifte ten uitvoer.

Onverminderd artikel 2, lid 1, onder i), van Verordening (EG) nr. 800/1999 moet de douaneaangifte door de titularis of in voorkomend geval de cessionaris van het certificaat of door hun vertegenwoordiger in de zin van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 worden gedaan.

2. Bij de aanvaarding van de in lid 1 bedoelde aangifte wordt exemplaar nr. 1 van het certificaat aan de douaneautoriteiten overgelegd of ter beschikking van deze autoriteiten gehouden.

3. Exemplaar nr. 1 van het certificaat wordt na afschrijving en visering door het in lid 1 bedoelde kantoor aan de belanghebbende overhandigd. De lidstaten kunnen echter voorschrijven of toestaan dat de afschrijving op het certificaat door de belanghebbende geschiedt; deze afschrijving wordt door het bevoegde douanekantoor steeds geverifieerd en geviseerd.

4. Indien de ingevoerde of uitgevoerde hoeveelheid niet overeenkomt met de hoeveelheid die op het certificaat is afgeschreven, wordt de afschrijving op het certificaat gerectificeerd om, binnen de grenzen van de hoeveelheid waarvoor het certificaat is afgegeven, rekening te houden met de feitelijke ingevoerde of uitgevoerde hoeveelheid.