Art. 33 Verordening (EG) nr. 216/2008, Bevoegdheden van de raad van beheer
1. Het Agentschap heeft een raad van beheer.
2. De raad van beheer:
a) benoemt overeenkomstig artikel 39 de uitvoerend directeur, alsmede, op voorstel van de uitvoerend directeur, de directeuren;
b) keurt het algemene jaarverslag over de activiteiten van het Agentschap goed en zendt het uiterlijk op 15 juni toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en de lidstaten; verstrekt elk jaar namens het Agentschap aan het Europees Parlement en de Raad (hierna „de begrotingsautoriteit” genoemd) alle informatie die betrekking heeft op het resultaat van de evaluatieprocedures, in het bijzonder de informatie betreffende de effecten of gevolgen van wijzigingen in de aan het Agentschap toevertrouwde taken;
c) stelt vóór 30 september na advies van de Commissie het werkprogramma van het Agentschap voor het komende jaar vast en zendt het toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten; de vaststelling van het werkprogramma geschiedt onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure van de Gemeenschap en het wetgevingsprogramma van de Gemeenschap op de betrokken gebieden van de veiligheid van de burgerluchtvaart; het advies van de Commissie wordt bij het werkprogramma gevoegd;
d) stelt in overeenstemming met de Commissie richtsnoeren vast voor de toewijzing van certificeringstaken aan de nationale luchtvaartautoriteiten en gekwalificeerde instanties;
e) stelt procedures vast voor het nemen van besluiten door de uitvoerend directeur, zoals bedoeld in de artikelen 52 en 53;
f) verricht zijn taken met betrekking tot de begroting van het Agentschap, overeenkomstig de artikelen 59, 60 en 63;
g) benoemt de leden van de kamer van beroep, overeenkomstig artikel 41;
h) treedt als tuchtraad op ten aanzien van de uitvoerend directeur en, in overleg met deze, ten aanzien van de directeuren;
i) geeft advies over de maatregelen betreffende tarieven- en vergoedingen, bedoeld in artikel 64, lid 1;
j) stelt zijn reglement van orde vast;
k) beslist over de talenregeling voor het Agentschap;
l) vult, in voorkomend geval, de in artikel 32, lid 1, bedoelde lijst van documenten aan;
m) bepaalt de organisatorische structuur van het Agentschap en stelt het personeelsbeleid van het Agentschap vast.
3. De raad van beheer kan de uitvoerend directeur adviseren over aangelegenheden die strikt betrekking hebben op de strategische ontwikkeling van de veiligheid van de burgerluchtvaart, met name over onderzoek in de zin van artikel 26.
4. De raad van beheer stelt een adviesorgaan van belanghebbende partijen in, dat hij raadpleegt alvorens besluiten op de in lid 2, onder c), e), f) en i), genoemde gebieden te nemen. De raad van beheer kan besluiten het adviesorgaan te raadplegen over andere in de leden 2 en 3 bedoelde aangelegenheden. Het door het adviesorgaan verstrekte advies is niet bindend voor de raad van beheer.
5. De raad van beheer kan werkorganen instellen om hem bij te staan bij de uitoefening van zijn functies, waaronder de voorbereiding van zijn besluiten en het toezicht op de uitvoering ervan.