Art. 6 Richtlijn 2008/114/EG, Veiligheidsverbindingsfunctionarissen

Richtlijn 2008/114/EG

1. De veiligheidsverbindingsfunctionaris is het contactpunt voor veiligheidsaangelegenheden tussen de eigenaar/exploitant van de ECI en de relevante autoriteit van de lidstaat.

2. Elke lidstaat gaat na of alle als ECI aangemerkte infrastructuur op zijn grondgebied over een veiligheidsverbindingsfunctionaris of een gelijkwaardige functionaris beschikt. Indien een lidstaat constateert dat er een dergelijke veiligheidsverbindingsfunctionaris of een gelijkwaardige functionaris bestaat, hoeven geen verdere implementeringsmaatregelen te worden getroffen.

3. Indien een lidstaat constateert dat er voor een als ECI aangemerkte infrastructuur geen veiligheidsverbindingsfunctionaris of gelijkwaardige functionaris bestaat, zorgt hij ervoor, met alle maatregelen die hij passend acht, dat een dergelijke veiligheidsverbindingsfunctionaris of een gelijkwaardige functionaris wordt aangewezen.

4. Elke lidstaat implementeert een passend communicatiemechanisme tussen de relevante autoriteit van de lidstaat en de veiligheidsverbindingsfunctionaris of een gelijkwaardige functionaris voor de uitwisseling van informatie over vastgestelde risico’s en dreigingen in verband met de betrokken ECI. Dit communicatiemechanisme laat de nationale voorschriften aangaande de toegang tot gevoelige en gerubriceerde informatie onverlet.

5. Indien maatregelen, inclusief communautaire maatregelen, worden nageleefd die in een bepaalde sector een veiligheidsverbindingsfunctionaris of een gelijkwaardige functionaris voorschrijven, of gewag maken van de noodzaak te beschikken over een dergelijke functionaris, dan worden alle aan de lidstaten gestelde eisen die in dit artikel worden genoemd of uit hoofde van dit artikel worden vastgesteld, geacht te zijn nageleefd. De in artikel 3, lid 2, bedoelde toepassingsrichtsnoeren omvatten een indicatieve lijst van die maatregelen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen