Art. 3 Richtlijn 2008/114/EG, Identificatie van ECI’s
1. Elke lidstaat stelt, volgens de procedure van bijlage III, een inventaris op van mogelijke ECI’s die zowel aan de sectoroverstijgende als aan de sectorspecifieke criteria beantwoordt en voldoet aan de definities van artikel 2, onder a) en b).
De Commissie kan de lidstaten op hun verzoek bijstaan bij het inventariseren van mogelijke ECI’s.
De Commissie kan de aandacht van de desbetreffende lidstaten vestigen op het bestaan van mogelijke kritieke infrastructuren die kunnen worden geacht te voldoen aan de eisen voor aanmerking als een ECI.
De lidstaten en de Commissie zetten de inventarisatie van mogelijke ECI’s permanent voort.
2. De in lid 1 bedoelde sectoroverstijgende criteria omvatten:
a) het criterium van de slachtoffers (gemeten naar het mogelijke aantal doden en gewonden);
b) het criterium van de economische gevolgen (gemeten naar de omvang van het economisch verlies en/of de kwaliteitsvermindering van producten of diensten, met inbegrip van de mogelijke gevolgen voor het milieu);
c) het criterium van de gevolgen voor het publiek (gemeten naar de impact op het vertrouwen van de burgers, het fysieke lijden en de verstoring van het dagelijkse leven, met inbegrip van het uitvallen van essentiële diensten).
De voor de sectoroverstijgende criteria geldende drempels worden gebaseerd op de ernst van de gevolgen van de ontwrichting of vernietiging van een bepaalde infrastructuur. De precieze voor de sectoroverstijgende criteria geldende drempels worden per geval bepaald door de bij een welbepaalde kritieke infrastructuur betrokken lidstaten. Elke lidstaat stelt de Commissie jaarlijks in kennis van het aantal infrastructuurvoorzieningen per sector waarvoor overleg over de voor de sectoroverstijgende criteria geldende drempels heeft plaatsgevonden.
Bij de sectorspecifieke criteria wordt rekening gehouden met de kenmerken van de afzonderlijke sectoren met Europese kritieke infrastructuur.
De Commissie stelt, samen met de lidstaten, richtsnoeren op voor het toepassen van de sectoroverstijgende en de sectorspecifieke criteria en van de approximatieve drempels die bij het inventariseren van ECI’s moeten worden gehanteerd. De criteria worden gerubriceerd. Het gebruik van zulke richtsnoeren is facultatief voor de lidstaten.
3. Voor de toepassing van deze richtlijn worden de sectoren energie en vervoer gekozen. De betreffende deelsectoren worden opgesomd in bijlage I.
Indien dit nodig wordt geacht kunnen, in samenhang met de evaluatie van deze richtlijn als bedoeld in artikel 11, nog andere sectoren worden geïdentificeerd voor de toepassing van deze richtlijn. Daarbij moet voorrang worden verleend aan de ICT-sector.