Art. 4 Richtlijn 2008/71/EG
1. De lidstaten zien erop toe dat elke houder die op de in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde lijst voorkomt een register bijhoudt van het aantal dieren dat zich op zijn bedrijf bevindt.
In dat register worden alle verplaatsingen (aantallen inkomende en uitgaande dieren) bijgehouden van de dieren, minstens op basis van de stromen met vermelding, in voorkomend geval, van oorsprong of bestemming alsmede de datum van deze stromen.
In alle gevallen moet melding worden gemaakt van het overeenkomstig de artikelen 5 en 8 aangebrachte identificatiemerk.
Voor raszuivere en hybride varkens die overeenkomstig Richtlijn 88/661/EEG van 19 december 1988 van de Raad betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens (10) in een stamboek zijn ingeschreven, kan volgens de procedure van artikel 18 van Richtlijn 90/425/EEG een registratiesysteem op basis van individuele identificatie van de dieren worden erkend, indien dit systeem garanties biedt die gelijkwaardig zijn aan die van een register.
2. De lidstaten zien er tevens op toe dat:
a) elke houder van dieren de bevoegde autoriteit desgevraagd alle inlichtingen verschaft over de oorsprong, de identificatie en, in voorkomend geval, de bestemming van de dieren die hij heeft bezeten, gehouden, vervoerd, in de handel gebracht of geslacht;
b) elke houder van dieren die van of naar een markt of verzamelplaats worden vervoerd, een document met gedetailleerde gegevens betreffende deze dieren overlegt aan de marktdeelnemer die op de markt of verzamelplaats tijdelijk houder is van de dieren.
Deze marktdeelnemer kan de overeenkomstig de eerste alinea verkregen documenten gebruiken om te voldoen aan het bepaalde in lid 1, derde alinea;
c) deze registers en gegevens beschikbaar zijn op het bedrijf en desgevraagd ter beschikking van de bevoegde autoriteit worden gehouden gedurende een door die autoriteit vast te stellen minimumperiode van ten minste drie jaar.