Art. 38 Richtlijn 2008/57/EG, Omzetting

Richtlijn 2008/57/EG

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke, regelgevende en administratieve bepalingen in werking treden om uiterlijk op 19 juli 2010 aan artikel 1, artikel 2, artikel 4, lid 2, artikel 5, leden 2, 5, 6 en 8, artikel 6, leden 1, 2, 3, 9 en 10, artikelen 7, 8 en 9, artikel 11, leden 4 en 5, artikel 12, artikel 13, lid 5, artikelen 15, 16 en 17, artikel 18, leden 1, 2, 4 en 5, artikel 19, lid 3, artikelen 20 tot en met 27, artikel 28, leden 4 en 6, artikelen 32 tot en met 35, en bijlagen I tot en met IX te voldoen. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst van die maatregelen mede.

Wanneer de lidstaten deze maatregelen aannemen, wordt in die maatregelen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die maatregelen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mede, die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

2. De verplichting tot omzetting en uitvoering van de hoofdstukken IV, V, VII en VIII van deze richtlijn is niet van toepassing op de Republiek Cyprus en de Republiek Malta zolang deze landen niet beschikken over een spoorwegsysteem op hun grondgebied.

Zodra achter een openbare of particuliere entiteit een officiële aanvraag indient voor de aanleg van een spoorweglijn met het oog op de exploitatie ervan door één of meer spoorwegondernemingen, stellen de betreffende lidstaten binnen een jaar na ontvangst van de aanvraag wetgeving vast ter uitvoering van de hoofdstukken bedoeld in de eerste alinea.