Art. 18 Richtlijn 2008/55/EG
1. De aangezochte autoriteit verricht de invordering en de inhouding bij de betrokken persoon van alle aan de invordering verbonden kosten die deze autoriteit heeft gemaakt, overeenkomstig de ten aanzien van vergelijkbare schuldvorderingen geldende wettelijke of administratiefrechtelijke bepalingen in de lidstaat waar genoemde autoriteit is gevestigd.
2. De lidstaten zien wederzijds af van vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de wederzijdse bijstand die zij elkaar overeenkomstig deze richtlijn verlenen.
3. Bij een invordering waarbij zich een bijzonder probleem voordoet of waarbij de kosten zeer hoog zijn of die plaatsvindt in het kader van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit kunnen de verzoekende en de aangezochte autoriteiten per geval specifieke afspraken maken over de modaliteiten van de vergoeding.
4. De lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, blijft ten opzichte van die waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, aansprakelijk voor de kosten en mogelijke verliezen welke het gevolg zijn van eisen die als niet gerechtvaardigd zijn erkend wat de gegrondheid van de schuldvordering of de geldigheid van de door de verzoekende autoriteit afgegeven titel betreft.