Art. 14 Richtlijn 2008/55/EG
De aangezochte autoriteit is niet gehouden:
a) de in de artikelen 6 tot en met 13 genoemde bijstand te verlenen, indien de invordering van de schuldvordering, wegens de situatie van de debiteur, ernstige moeilijkheden van economische of sociale aard zou kunnen opleveren in de lidstaat waar zij gevestigd is, voor zover de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit gevestigd is zulks toelaten voor soortgelijke nationale schuldvorderingen;
b) de in de artikelen 4 tot en met 13 bedoelde bijstand te verlenen, indien het eerste verzoek krachtens de artikelen 4, 5 of 6 betrekking heeft op schuldvorderingen die meer dan vijf jaar bestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van vaststelling van de executoriale titel in overeenstemming met de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, tot de datum van het verzoek. In gevallen waarin de schuldvordering of de titel wordt betwist, wordt de termijn berekend vanaf het tijdstip waarop de verzoekende staat vaststelt dat de schuldvordering of executoriale titel van de schuldvordering niet langer kan worden betwist.
De aangezochte autoriteit brengt de verzoekende autoriteit op de hoogte van de beweegredenen die zich verzetten tegen het voldoen aan het verzoek tot bijstand. Deze met redenen omklede weigering wordt tevens ter kennis van de Commissie gebracht.