Art. 6 Richtlijn 2008/1/EG, Aanvraag van een vergunning
1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de aanvraag van een vergunning bij de bevoegde autoriteit een beschrijving bevat van:
a) de installatie en de aard en omvang van de activiteiten die daar plaatsvinden;
b) de grondstoffen en hulpmaterialen, de andere stoffen en de energie die in de installatie worden gebruikt of door de installatie worden gegenereerd;
c) de emissiebronnen van de installatie;
d) de situatie van de plaats waar de installatie komt;
e) aard en omvang van de te voorziene emissies van de installatie in elk milieucompartiment, met een overzicht van de significante milieueffecten van de emissies;
f) de beoogde technologie en de andere technieken ter voorkoming of, indien dat niet mogelijk is, ter vermindering van de emissies van de installatie;
g) zo nodig de maatregelen betreffende de preventie en de nuttige toepassing van de door de installatie voortgebrachte afvalstoffen;
h) de andere maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan de algemene beginselen van de fundamentele verplichtingen van de exploitant, bedoeld in artikel 3;
i) de maatregelen die worden getroffen ter controle van de emissies in het milieu;
j) een schets van de voornaamste door de aanvrager bestudeerde alternatieven, voorzover deze bestaan.
De aanvraag van een vergunning dient een niet-technische samenvatting van de onder a) tot en met j) genoemde gegevens te bevatten.
2. Indien aan één van de eisen van dit artikel kan worden voldaan met gegevens overeenkomstig de eisen van Richtlijn 85/337/EEG of met een veiligheidsrapport als bedoeld in Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (14), dan wel met andere informatie, verstrekt overeenkomstig andere wetgeving, kunnen die gegevens in de vergunningsaanvraag worden opgenomen of daarbij worden gevoegd.