Art. 5 Richtlijn 2008/1/EG, Voorwaarden voor vergunningen voor bestaande installaties
1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten er, door middel van vergunningen overeenkomstig de artikelen 6 en 8 of op passende wijze door toetsing en, zo nodig, aanpassing van de voorwaarden, op toezien dat de bestaande installaties uiterlijk op 30 oktober 2007 worden geëxploiteerd overeenkomstig de eisen van de artikelen 3, 7, 9, 10 en 13, artikel 14, onder a) en b), en artikel 15, lid 2, onverminderd andere bijzondere Gemeenschapsvoorschriften.
2. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de bepalingen van de artikelen 1, 2, 11 en 12, artikel 14, onder c), artikel 15, leden 1 en 3, de artikelen 17 en 18 en artikel 19, lid 2, met ingang van 30 oktober 1999 toe te passen op de bestaande installaties.