Art. 13 Richtlijn 2008/1/EG, Toetsing en bijstelling van de vergunningsvoorwaarden door de bevoegde autoriteit
1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de vergunningsvoorwaarden geregeld toetsen en zo nodig bijstellen.
2. Toetsing vindt in ieder geval plaats als:
a) de door de installatie veroorzaakte verontreiniging van dien aard is dat de bestaande emissiegrenswaarden in de vergunning gewijzigd of nieuwe emissiegrenswaarden opgenomen moeten worden;
b) belangrijke veranderingen in de beste beschikbare technieken een significante beperking van de emissies zonder buitensporige kosten mogelijk maken;
c) bedrijfsveiligheid van het proces of de activiteit de toepassing van andere technieken vereist;
d) nieuwe wettelijke bepalingen van de Gemeenschap of de lidstaat zulks vereisen.