Art. 6 Kaderbesluit 2008/947/JBZ, Procedure voor de toezending van een vonnis en, in voorkomend geval, een proeftijdbeslissing, tezamen met het certificaat

Kaderbesluit 2008/947/JBZ

1. De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat die, op grond van artikel 5, lid 1 of lid 2, een vonnis en, in voorkomend geval, een proeftijdbeslissing aan een andere lidstaat toezendt, zorgt ervoor dat het vonnis vergezeld gaat van een certificaat volgens het modelformulier in bijlage I.

2. De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat zendt het vonnis en, in voorkomend geval, de proeftijdbeslissing, tezamen met het in lid 1 bedoelde certificaat rechtstreeks toe aan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat, in enigerlei vorm die toelaat dat het schriftelijk wordt vastgelegd en die de tenuitvoerleggingsstaat in staat stelt de echtheid ervan vast te stellen. Het origineel van het vonnis en, in voorkomend geval, van de proeftijdbeslissing, of de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan, en het origineel van het certificaat worden aan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat toegezonden, indien deze daarom verzoekt. Alle ambtelijke mededelingen worden eveneens rechtstreeks door deze bevoegde autoriteiten uitgewisseld.

3. Het in lid 1 bedoelde certificaat wordt ondertekend door de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, die verklaart dat de inhoud correct is.

4. Het in lid 1 bedoelde certificaat bestrijkt, naast de in artikel 4, lid 1, bedoelde maatregelen en straffen, alleen de maatregelen of straffen die de betrokken tenuitvoerleggingsstaat overeenkomstig artikel 4, lid 2, heeft aangemeld.

5. De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat zendt het vonnis en, in voorkomend geval, de proeftijdbeslissing, tezamen met het in lid 1 bedoelde certificaat, slechts aan één tenuitvoerleggingsstaat tegelijk toe.

6. Indien de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat niet bekend is bij de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, wint deze, langs alle mogelijke kanalen, waaronder de contactpunten van het Europees justitieel netwerk, ingesteld bij Gemeenschappelijk Optreden 98/428/JBZ (7), bij de tenuitvoerleggingsstaat de nodige inlichtingen in.

7. Indien de autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat die een vonnis, en, in voorkomend geval, een proeftijdbeslissing, tezamen met het in lid 1 bedoelde certificaat, ontvangt, niet bevoegd is om het vonnis te erkennen en de daaruit voortvloeiende, voor het toezicht op de proeftijdvoorwaarden of alternatieve straffen vereiste maatregelen te nemen, zendt zij het vonnis ambtshalve aan de bevoegde autoriteit toe en stelt zij de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat hiervan onverwijld in kennis, op een zodanige wijze dat de kennisgeving schriftelijk kan worden vastgelegd.