Art. 4 Kaderbesluit 2008/947/JBZ, Soorten proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen

Kaderbesluit 2008/947/JBZ

1. Dit kaderbesluit is van toepassing op de volgende proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen:

a) de verplichting dat de gevonniste persoon een bepaalde autoriteit in kennis stelt van iedere verandering van woonplaats of van de plaats waar hij werkt;

b) de verplichting bepaalde locaties, plaatsen of afgebakende gebieden in de beslissingsstaat of in de tenuitvoerleggingsstaat niet te betreden;

c) de beperking van het recht om het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat te verlaten;

d) instructies betreffende het gedrag, de woonplaats, opleiding, de vrijetijdsbesteding, of houdende beperkingen op of voorwaarden inzake de beroepsuitoefening;

e) de verplichting zich op gezette tijden bij een bepaalde autoriteit te melden;

f) de verplichting contact met bepaalde personen te vermijden;

g) de verplichting contact te vermijden met bepaalde voorwerpen die door de gevonniste zijn gebruikt of waarschijnlijk zullen worden gebruikt om een strafbaar feit te plegen;

h) de verplichting de door het strafbare feit veroorzaakte schade financieel te vergoeden en/of het bewijs te leveren dat aan die verplichting is voldaan;

i) de verplichting een taakstraf te verrichten;

j) de verplichting samen te werken met een reclasseringswerker of met een vertegenwoordiger van een maatschappelijke dienst die met verantwoordelijkheden jegens gevonniste personen is belast;

k) de verplichting een therapie of een verslavingsbehandeling te ondergaan.

2. Iedere lidstaat deelt het secretariaat-generaal van de Raad bij de uitvoering van dit kaderbesluit mee op welke proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen, naast de in lid 1 genoemde, hij bereid is toezicht te houden. Het secretariaat-generaal van de Raad stelt de ontvangen informatie ter beschikking van alle lidstaten en van de Commissie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen