Art. 25, Tenuitvoerlegging van vonnissen volgend op een Europees aanhoudingsbevel
Onverminderd Kaderbesluit 2002/584/JBZ zijn de bepalingen van het onderhavige kaderbesluit, voor zover verenigbaar met Kaderbesluit 2002/584/JBZ, van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging van vonnissen in het geval dat een lidstaat zich op grond van artikel 4, lid 6, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ ertoe verbonden heeft een vonnis ten uitvoer te leggen, dan wel op grond van artikel 5, lid 3, van genoemd kaderbesluit als voorwaarde heeft gesteld dat de betrokkene naar de uitvoerende lidstaat zal worden teruggezonden om er de sanctie te ondergaan, zulks teneinde straffeloosheid te voorkomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 28 september 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7038
- Rb. Amsterdam 20 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5051
- Rb. Amsterdam 17 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7754
- Rb. Amsterdam 26 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6739
- Rb. Amsterdam 1 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2835
- Rb. Amsterdam 7 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5795
- Rb. Amsterdam 27 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3973
- Conclusie A-G Vegter 17 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2659
- Rb. Amsterdam 27 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4123
- Rb. Amsterdam 27 juli 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4122
- Rb. Amsterdam 10 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6840
- Rb. Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5413
- Rb. Amsterdam 29 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5270
- Rb. Amsterdam 23 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:498
- Rb. Amsterdam 20 augustus 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4094