Art. 52 Verordening (EG) nr. 1580/2007, Grondslag voor de berekening
Verordening (EG) nr. 1580/2007
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de waarde van de door een producentenorganisatie in de handel gebrachte productie berekend op basis van de productie van de leden van de producentenorganisatie, waarvoor deze producentenorganisatie is erkend.
2. De waarde van de in de handel gebrachte productie omvat de productie van leden die tot de producentenorganisatie toetreden, respectievelijk deze verlaten. De lidstaten stellen voorwaarden vast om dubbeltelling te voorkomen.
3. De lidstaten mogen de producentenorganisaties toestaan de waarde van de bijproducten te verrekenen in de waarde van de in de handel gebrachte productie.
4. De waarde van de in de handel gebrachte productie omvat de waarde van de uit de markt genomen en overeenkomstig artikel 10, lid 4, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 1182/2007 weggewerkte producten, die wordt geschat op basis van de gemiddelde prijs waartegen de producentenorganisatie deze producten het voorafgaande jaar heeft afgezet.
5. Slechts de productie van de leden van de producentenorganisatie die door de producentenorganisatie zelf of overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1182/2007 in de handel is gebracht, wordt verrekend in de waarde van de in de handel gebrachte productie.
6. De in de handel gebrachte productie moet worden gefactureerd in het stadium „af producentenorganisatie”:
a) in voorkomend geval, als verpakt of bereid product of als product dat een eerste verwerking heeft ondergaan;
b) exclusief BTW; en
c) exclusief kosten voor intern transport wanneer de verzamel- of verpakkingscentra van de producentenorganisatie op een aanzienlijke afstand van haar distributiecentrum gelegen zijn. De lidstaten bepalen welke verlagingen moeten worden toegepast op de factuurwaarde van producten die in verschillende stadia van verwerking, levering of vervoer zijn gefactureerd.
7. De waarde van de in de handel gebrachte productie kan ook worden berekend in het stadium „af dochteronderneming”, op dezelfde grondslag als is vastgesteld in lid 6, op voorwaarde dat ten minste 90 % van het kapitaal van de dochteronderneming in handen is:
a) van de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties, of
b) mits goedgekeurd door de lidstaat, van bij de producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties aangesloten coöperaties, indien zo wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1182/2007 opgenomen doelstellingen.
8. Wanneer als gevolg van weersomstandigheden, dier- of plantenziekten of plagen een vermindering van de productie optreedt, mogen de op grond daarvan door de verzekering uitgekeerde vergoedingen in het kader van oogstverzekeringsmaatregelen uit hoofde van hoofdstuk III, afdeling 6, of door de producentenorganisatie beheerde gelijkwaardige maatregelen worden opgenomen in de waarde van de in de handel gebrachte productie.