Art. 3 Verordening (EG) nr. 1535/2007, De-minimissteun
Verordening (EG) nr. 1535/2007
1. Er wordt van uitgegaan dat steun niet aan alle criteria van artikel 87, lid 1, van het Verdrag voldoet en derhalve is vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting uit hoofde van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, indien hij voldoet aan de in de leden 2 tot en met 7 van het onderhavige artikel vastgestelde voorwaarden.
2. Het totale bedrag aan de-minimissteun dat aan één onderneming wordt verleend, mag niet meer bedragen dan 7 500 EUR over een periode van drie belastingjaren. Dit plafond is van toepassing ongeacht de vorm en het doel van de steun. De in aanmerking te nemen periode wordt vastgesteld op basis van de belastingjaren zoals de onderneming die in de betrokken lidstaat toepast.
Indien het totale in het kader van een steunmaatregel verleende steunbedrag het in de eerste alinea opgenomen plafond overschrijdt, mag deze verordening niet voor dat steunbedrag worden toegepast, zelfs niet voor het gedeelte van het steunbedrag dat het plafond niet overschrijdt. In dat geval mag voor deze steunmaatregel noch op het tijdstip van steunverlening noch op een later tijdstip deze verordening worden toegepast.
3. Het gecumuleerde bedrag van de-minimissteun die een lidstaat over een periode van drie belastingjaren aan de ondernemingen van de landbouwproductiesector toekent, mag niet hoger zijn dan het in de bijlage vastgestelde bedrag.
4. De in de leden 2 en 3 bedoelde plafonds worden uitgedrukt als subsidiebedragen. Alle bedragen die worden gebruikt, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. Wanneer steun in een andere vorm dan een subsidie wordt verleend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun.
5. Van steun die in tranches wordt uitgekeerd, wordt door discontering de waarde op het ogenblik van de verlening ervan berekend. De rentevoet die voor de discontering en de berekening van het brutosubsidie-equivalent wordt gebruikt, is de referentierentevoet die geldt op het tijdstip waarop de steun wordt verleend.
6. Deze verordening is alleen van toepassing op steun waarvan, ongeacht de vorm ervan, het brutosubsidie-equivalent vooraf precies kan worden berekend zonder dat een risicoanalyse hoeft te worden uitgevoerd (hierna „transparante steun” genoemd). Met name:
a) geldt steun in de vorm van leningen als transparante steun indien voor het berekenen van het brutosubsidie-equivalent de marktrente is gebruikt die van toepassing is op het tijdstip dat de steun wordt toegekend;
b) geldt steun in de vorm van kapitaalinjecties alleen als transparante steun indien het totale door de overheid ingebrachte bedrag het de-minimisplafond niet overschrijdt;
c) geldt steun in de vorm van risicokapitaalmaatregelen alleen als transparante steun indien de in de betrokken risicokapitaalregeling aan elke doelonderneming verstrekte middelen het de-minimisplafond niet overschrijden;
d) geldt individuele steun die in het kader van een garantieregeling wordt verleend aan ondernemingen die geen ondernemingen in moeilijkheden zijn, als transparante de-minimissteun indien het in het kader van een dergelijke regeling „gegarandeerde” gedeelte van de onderliggende lening niet meer dan 56 250 EUR per onderneming bedraagt. Indien het „gegarandeerde” gedeelte van de onderliggende lening slechts een bepaald aandeel van dit plafond bedraagt, wordt ervan uitgegaan dat het brutosubsidie-equivalent van die garantie overeenkomt met hetzelfde aandeel van het in lid 2 vastgestelde plafond. De garantie mag niet meer dan 80 % van de onderliggende lening belopen.
Garantieregelingen gelden eveneens als transparantesteunregelingen indien:
i) zij ten uitvoer worden gelegd nadat de methodiek die met het oog op de toepassing van deze verordening wordt gebruikt voor de berekening van het in de garantie vervatte brutosubsidie-equivalent, door de Commissie is goedgekeurd op grond van regelgeving die zij op het gebied van staatssteun heeft vastgesteld;
ii) de goedgekeurde methodiek uitdrukkelijk betrekking heeft op het soort garanties en het soort onderliggende transacties die onder deze verordening vallen.
7. De-minimissteun mag niet worden gecumuleerd met staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende uitgaven indien deze cumulering ertoe leidt dat de steunintensiteit hoger uitkomt dan de intensiteit die voor de specifieke omstandigheden van elke zaak bij de communautaire regelgeving is vastgesteld.