Art. 159 Integrale-GMO-verordening, Vrijwaringsmaatregelen

Verordening (EG) nr. 1234/2007 (Integrale-GMO-verordening)

1. Vrijwaringsmaatregelen tegen invoer in de Gemeenschap worden, met inachtneming van lid 3 van dit artikel, door de Commissie genomen overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 519/94 (66) en (EG) nr. 3285/94 (67) van de Raad.

2. Tenzij anders bepaald in andere besluiten van de Raad worden vrijwaringsmaatregelen tegen invoer in de Gemeenschap waarin is voorzien in volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten internationale overeenkomsten, door de Commissie genomen overeenkomstig lid 3 van dit artikel.

3. De Commissie neemt de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, zonder de hulp van het Comité, bedoeld in artikel 195, lid 1. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een lidstaat ontvangt, beslist zij daarover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek.

De genomen maatregelen worden meegedeeld aan de lidstaten en zijn onmiddellijk van toepassing.

Iedere lidstaat kan de overeenkomstig de leden 1 en 2 door de Commissie genomen besluiten binnen vijf werkdagen volgende op de dag van de mededeling daarvan voorleggen aan de Raad. De Raad komt onverwijld bijeen. Hij kan het betrokken besluit binnen één maand na de datum waarop zij hem zijn voorgelegd, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen of intrekken.

4. Als de Commissie van oordeel is dat een overeenkomstig de leden 1 of 2 genomen vrijwaringsmaatregel moet worden ingetrokken of gewijzigd, gaat zij als volgt te werk:

a) wanneer de maatregel door de Raad is vastgesteld, stelt de Commissie de Raad voor de maatregel in te trekken of te wijzigen. De Raad neemt hierover met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit;

b) in alle andere gevallen worden de communautaire vrijwaringsmaatregelen door de Commissie ingetrokken of gewijzigd zonder dat de Commissie de hulp inroept van het Comité, bedoeld in artikel 195, lid 1.