Art. 1, Werkingssfeer
1. Bij deze verordening wordt het kader vastgesteld voor de bescherming en de duurzame benutting van het bestand van Europese aal van de soort Anguilla anguilla in de wateren van de Gemeenschap, in de kustlagunes, in de estuaria en in de rivieren en aansluitende binnenwateren van de lidstaten die uitmonden in zee in de ICES-gebieden III, IV, VI, VII, VIII en IX, of in de Middellandse Zee.
2. Wat de Zwarte Zee en de ermee verbonden riviersystemen betreft, besluit de Commissie uiterlijk op 31 december 2007, volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (5) bedoelde procedure, na raadpleging van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij, of deze wateren een natuurlijke habitat voor Europese aal vormen overeenkomstig artikel 3 van deze verordening.
3. Maatregelen op grond van deze verordening worden vastgesteld en uitgevoerd onverminderd de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2000/60/EG.