Art. 5 Verordening (EG) nr. 718/2007, Indicatieve meerjarenplannen
1. Het indicatieve meerjarenplan waarborgt de noodzakelijke coherentie en de complementariteit van de afdelingen van het IPA in een begunstigd land. Met name is het in overeenstemming met de beginselen van artikel 9.
2. Overeenkomstig artikel 20, lid 3, van de IPA-verordening streeft de Commissie ernaar bij het overleg op grond van artikel 6, lid 1, van de IPA-verordening de belanghebbenden, waaronder de lidstaten, voldoende tijd te gunnen om commentaar op het indicatieve meerjarenplan te leveren.
3. De indicatieve meerjarenplannen bevatten voor elk betrokken land:
a) de algemene achtergrond, met inbegrip van een korte beschrijving van het overleg met het begunstigde land en binnen dat land;
b) een beschrijving van de samenwerkingsdoelstellingen van de Europese Unie in het betrokken land;
c) een geconsolideerde beoordeling van de uitdagingen, de behoeften en het relatieve belang van de steunprioriteiten;
d) een overzicht van de samenwerking met de Europese Unie in heden en verleden, waarin een analyse van de behoeften, de absorptiecapaciteit, de opgedane ervaring en de activiteiten van andere donoren is opgenomen, voor zover deze informatie beschikbaar is;
e) voor elke afdeling een beschrijving van de wijze waarop de onder c) genoemde geconsolideerde beoordeling wordt vertaald in strategische keuzes, en een beschrijving van de voornaamste gebieden die voor de steun aan het betrokken land zijn geselecteerd en de verwachte resultaten;
f) de indicatieve financiële toewijzing voor elk steungebied in het kader van elke afdeling van het IPA.
4. Voor regionale en horizontale programma’s kunnen afzonderlijke specifieke indicatieve meerjarenplannen voor meerdere begunstigden worden opgesteld.