Art. 2 Verordening (EG) nr. 718/2007, Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. „begunstigd land”: elk van de in bijlage I of bijlage II bij de IPA-verordening genoemde landen;
2. „uitbreidingspakket”: een verzameling documenten die elk jaar door de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement wordt voorgelegd en waarvan het strategische en politieke deel bestaat uit de eventueel noodzakelijke herzieningen van de toetredingspartnerschappen en Europese partnerschappen, de periodieke verslagen die voor elk land worden vastgesteld en het strategiedocument van de Commissie. Het pakket omvat voorts een indicatief financieel meerjarenkader;
3. „kaderovereenkomst”: een overeenkomst tussen de Commissie en een begunstigd land die betrekking heeft op alle afdelingen van het IPA en waarin de beginselen voor de samenwerking tussen het begunstigd land en de Commissie uit hoofde van deze verordening worden vastgelegd;
4. „sectorale overeenkomst”: een overeenkomst betreffende een specifieke afdeling van het IPA, die in voorkomend geval door de Commissie en een begunstigd land wordt opgesteld en waarin relevante bepalingen zijn opgenomen die niet voorkomen in de kaderovereenkomst of financieringsovereenkomsten met dat land;
5. „financieringsovereenkomst”: een overeenkomst tussen de Commissie en een begunstigd land met een looptijd van één of meer jaren die is gesloten naar aanleiding van een financieringsbesluit van de Commissie tot goedkeuring van de bijdrage van de Gemeenschap aan een programma of activiteit die onder deze verordening valt;
6. „onregelmatigheid”: elke inbreuk op een bepaling van de toepasselijke voorschriften en contracten als gevolg van een handeling of nalatigheid van een marktdeelnemer waarbij de algemene begroting van de Europese Unie door een onverschuldigde uitgave wordt of zou kunnen worden benadeeld;
7. „begrotingsjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december;
8. „eindbegunstigde”: een instantie of onderneming uit de overheidssector of de particuliere sector die belast is met het initiatief nemen tot een activiteit, of met het initiatief nemen tot en het ten uitvoer leggen van een activiteit; In het kader van steunmaatregelen zijn eindbegunstigden overheidsbedrijven of particuliere bedrijven die een afzonderlijk project uitvoeren en staatssteun ontvangen;
9. „bijdrage van de Gemeenschap”: het gedeelte van de subsidiabele uitgaven dat door de Gemeenschap wordt gefinancierd;
10. „eurorekening”: een rentedragende bankrekening die door het nationaal fonds wordt geopend bij een financiële instelling of een instelling van het ministerie van Financiën, namens en onder verantwoordelijkheid van het begunstigde land, die bedoeld is voor de ontvangst van de betalingen van de Commissie;
11. „overheidsuitgave”: elke overheidsbijdrage aan de financiering van activiteiten die afkomstig is van de Europese Gemeenschap of uit de begroting van de overheid van het begunstigde land en elke bijdrage aan de financiering van activiteiten die afkomstig is uit de begroting van publiekrechtelijke instellingen of verenigingen van een of meer regionale of plaatselijke overheden of publiekrechtelijke instellingen;
12. „totale uitgaven”: overheidsuitgaven en particuliere bijdragen aan de financiering van activiteiten.