Art. 28 Verordening (EG) nr. 718/2007, Taken en verantwoordelijkheden van de operationele structuur

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. Voor elke afdeling en elk programma van het IPA wordt een operationele structuur opgericht die zich bezighoudt met het beheer en de uitvoering van de steun uit hoofde van de IPA-verordening.

De operationele structuur bestaat uit een instantie of een groep instanties binnen de overheid van het begunstigde land.

2. De operationele structuur is ervoor verantwoordelijk dat het betrokken programma of de betrokken programma’s overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer worden beheerd en uitgevoerd. De operationele structuur voert daartoe een aantal taken uit, waaronder:

a) het opstellen van de jaarprogramma’s of meerjarenprogramma’s;

b) het houden van toezicht op de uitvoering van de programma’s en het geven van sturing aan de werkzaamheden van het sectoraal comité van toezicht als bedoeld in artikel 59, met name door het verstrekken van de documenten die nodig zijn om op de kwaliteit van de uitvoering van de programma’s toezicht te kunnen houden;

c) het opstellen van de in artikel 61, lid 1, bedoelde jaar- en eindverslagen over de tenuitvoerlegging per sector en het indienen daarvan, nadat zij door het sectoraal comité van toezicht zijn beoordeeld, bij de Commissie, de nationale IPA-coördinator en de nationale ordonnateur;

d) erop toezien dat de activiteiten voor financiering worden geselecteerd en goedgekeurd met inachtneming van de voor de programma’s geldende criteria en mechanismen en dat zij in overeenstemming zijn met de geldende communautaire en nationale voorschriften;

e) het instellen van procedures om te garanderen dat alle documenten die nodig zijn om voor een toereikend controlespoor te zorgen, worden bijgehouden overeenkomstig artikel 20;

f) het opzetten van procedures voor aanbesteding, toekenning van subsidies, het opstellen van contracten en het verrichten van betalingen aan en invorderingen bij de eindbegunstigde;

g) erop toezien dat alle bij de uitvoering van de activiteiten betrokken instanties met een afzonderlijk boekhoudsysteem of een afzonderlijke boekhoudkundige codering werken;

h) erop toezien dat het nationaal fonds en de nationale ordonnateur alle nodige informatie ontvangen over de in verband met de uitgaven gevolgde procedures en verificaties;

i) het opzetten, bijhouden en bijwerken van het rapportage- en informatiesysteem;

j) het uitvoeren van verificaties dat de opgegeven uitgaven inderdaad zijn gedaan, overeenkomstig de toepasselijke voorschriften, dat de producten of diensten overeenkomstig het goedkeuringsbesluit zijn geleverd of uitgevoerd en dat de betalingsverzoeken van de eindbegunstigde correct zijn. Deze verificaties hebben betrekking op de administratieve, financiële, technische en fysieke aspecten van de activiteiten;

k) het verrichten van de interne controle van de verschillende instanties waaruit de operationele structuur bestaat;

l) het uitbrengen van verslag over onregelmatigheden;

m) het toezien op de naleving van de vereisten inzake informatie en publiciteit.

3. De personen die leiding geven aan de instanties waaruit de operationele structuur bestaat worden op duidelijke wijze aangewezen en zijn verantwoordelijk voor de taken die aan de desbetreffende instanties zijn toegewezen, zulks overeenkomstig artikel 11, lid 3.

Vorige artikelen

Volgende artikelen